ECLI:NL:RBAMS:2001:AD5055
Rechtbank Amsterdam · 04-09-2001 · zaaknummer AWB 00/3972 WAO
Inhoudsindicatie
Art. 19 WAO, voor zover toepassing hiervan zwangere werkneemsters gelijkstelt met zieke werkne(e)m(st)ers, ten aanzien van de periode voorafgaand aan het bevallingsverlof niet in strijd met art. 4.1 EG-Richtlijn 79/7. […] Verweerder heeft bij de toepassing van artt. 19 WAO in samenhang met art. 29a ZW perioden van bevallingsverlof en van ongeschiktheid in verband met zwangerschap en bevalling gelijkgesteld met perioden van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. De vraag is nu of die gelijkstelling in dit geval discriminatie op grond van geslacht in de zin van art. 4, eerste lid van Richtlijn 79/7/EEG inhoudt. Verweerder heeft zich niet uitgelaten over de vraag hoe laatstgenoemde bepaling in dit verband moet worden uitgelegd. Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat het arrest van het HvJEG in de zaak Mary Brown (30 juni 1998, gepubliceerd in NJ 1999/476) voor zaken als de onderhavige niet van betekenis is, nu genoemd arrest ziet op ontslagrecht en de onderhavige casus het gebied van het sociaal zekerheidsrecht betreft. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende redenen zijn om bij de uitleg van de Richtlijn 79/7/EEG genoemd arrest in beginsel analoog toe te passen. Om te bezien of de gelijkstelling van ziekte en zwangerschap in het onderhavige geval leidt tot discriminatie is het zinvol drie verschillende perioden te onderscheiden, respectievelijk: 1. de periode van arbeidsongeschiktheid in verband met zwangerschap, voorafgaande aan het bevallingsverlof; 2. de periode van het bevallingsverlof; 3. de periode van arbeidsongeschiktheid in verband met zwangerschap, aansluitend op het bevallingsverlof. Met betrekking tot de eerste periode meent de rechtbank dat de afwezigheid van de vrouwelijke werknemer wegens arbeidsongeschiktheid in verband met de zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschapsverlof onder dezelfde voorwaarden in aanmerking kan worden genomen als de afwezigheid van een man wegens een arbeidsongeschiktheid van dezelfde duur. Er is sprake van gelijke gevallen die gelijk behandeld moeten worden. Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de eerste periode wijkt in deze af van het oordeel van het HvJEG in het arrest Mary Brown om de volgende reden. Voor Mary Brown had de gelijkstelling van een periode van arbeidsongeschiktheid wegens zwangerschap met ziekte tot gevolg, dat zij gedurende haar zwangerschap ontslagen werd uit haar arbeidsverhouding. In de onderhavige casus is sprake van het als ziek aanmerken van een zwangere vrouw die wegens zwangerschapsklachten is uitgevallen voor haar werkzaamheden en het uit hoofde daarvan toekennen van uitkering in de periode van zwangerschap. In zoverre wordt de arbeidsongeschikte zwangere vrouw gelijk gesteld met een zieke man. De vraag of het -eventueel- meetellen van deze periode bij het berekenen van de 52-weken termijn een ontoelaatbare discriminatie oplevert beantwoordt de rechtbank ontkennend. In deze periode vindt gelijkstelling van de zwangere vrouw met een zieke immers plaats niet omdat zij zwanger is maar omdat zij arbeidsongeschikt is. In zoverre verschilt zij niet van een zieke man. Er is dan ook alle aanleiding om deze gevallen gelijk te behandelen. Dat het HvJEG hierover ten aanzien van het ontslagrecht anders denkt is, blijkens zijn motivering, met name ingegeven door het feit dat ontslag een zodanig negatieve ingreep in de rechtspositie vormt dat een vrouwelijke werknemer daartegen bescherming behoeft. Juist in verband met het risico, dat een eventueel ontslag een nadelige uitwerking heeft op de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie, daaronder begrepen het bijzonder ernstige risico dat een zwangere werkneemster ertoe wordt gebracht vrijwillig haar zwangerschap af te breken, heeft de gemeenschapswetgever aan vrouwen een bijzondere bescherming verleend door ontslag te verbieden gedurende de periode vanaf het begin van hun zwangerschap tot het einde van het zwangerschapsverlof, aldus het HvJEG. Naar het oordeel van de rechtbank kan een dergelijke redenering niet opgaan voor de situatie van eiseres in de eerste periode nu de gelijkstelling in dit geval geen negatieve ingreep is in de rechtspositie van de zwangere vrouw. Aansluitend bij de redenering in het arrest Mary Brown is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de als tweede genoemde periode de wijze waarop verweerder bij de bepaling van de 52-weken termijn toepassing heeft gegeven aan art. 19 WAO in strijd komt met het bepaalde in art. 4, lid 1, van Richtlijn 79/7. Van die opvatting wordt ook uitgegaan in de wetsvoorstellen Arbeid en Zorg (kamerstukken 1999-2000 nr. 27 207 en nr. 27 208), die inmiddels door de Tweede Kamer zijn aangenomen. Ten aanzien van de derde periode oordeelt de rechtbank., eveneens aansluitend bij het arrest Mary Brown, dat het meetellen van deze periode bij het bepalen van de 52-weken termijn in het kader van art. 19 WAO niet leidt tot een ongeoorloofde gelijkstelling van de vrouw die arbeidsongeschikt is vanwege klachten die voortvloeien uit zwangerschap of bevalling met een werknemer die arbeidsongeschikt is uit andere hoofde. Het HvJEG acht een dergelijke gelijkstelling geoorloofd met betrekking tot ontslag. De rechtbank ziet geen reden strenger te oordelen in het geval van eiseres, waar het niet gaat om ontslag, maar om de berekening van de wachttijd voor de WAO. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat gelijkstelling van het bevallingsverlof met ziekte leidt tot discriminatie als bedoeld in art. 4 van Richtlijn 79/7/EEG, voor zover de betrokken vrouwelijke werknemers daardoor worden benadeeld. Beroep gegrond. Lisv, verweerder. mrs. T. van Peijpe, R.B. Kleiss, J.C. Boeree
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
