Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBALM:2012:BY4720

Rechtbank Almelo · 27-11-2012 · zaaknummer 12 / 1097 HOREC N1 V; 12 / 1098 HOREC N1 A

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter overweegt dat niet in geschil is dat de in het horecabedrijf verrichte handelingen die verweerder aannemelijk acht, niet zijn te brengen onder afleveren, verstrekken of aanwezig hebben van verdovende middelen als bedoeld in art. 13b van de Opiumwet. Wel is in geschil of dit valt onder de verkoop van verdovende middelen. De verschillende in de Opiumwet verboden handelingen zijn niet steeds duidelijk van elkaar te onderscheiden begrippen. Het gaat om beschrijving van handelingen die elkaar vaak in meer of mindere mate overlappen. Dit geldt onder andere voor de begrippen “verkopen”, “afleveren” en “verstrekken” in art. 2 onder B van de Opiumwet. Aflevering of verstrekking maakt noodzakelijkerwijs deel uit van het verkopen van verdovende middelen, dat is het afgeven van verdovende middelen in ruil voor geld of andere goederen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er geen reden om onder “verkopen” in art. 13b, lid 1 van de Opiumwet ook te verstaan het enkele maken van een telefonische afspraak over de verkoop, los van de aflevering of verstrekking. In de systematiek en tekst van de wet is de reikwijdte van art. 13b, lid 1 van de Opiumwet beperkt. Daarin worden vier handelingen genoemd die moeten zijn verricht in een woning of lokaal dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven. De nadruk ligt daarmee op fysieke, naar plaats te bepalen handelingen met verdovende middelen, waarvoor bovendien geldt dat zij mogelijk de openbare orde verstoren of voor overlast kunnen zorgen. Het maken van telefonische afspraken op een plaats, zonder dat verdovende middelen of afnemers daar feitelijk aan te pas komen, is daar niet onder te brengen. Een andere uitleg zou de reikwijdte van de bepaling bovendien zodanig vergroten dat dit niet meer aanvaardbaar is. In feite zou dan iedere plaats waar een handelaar in verdovende middelen toevallig aanwezig is wanneer hij telefonisch zaken doet, kunnen worden gesloten. Volgens vaste rechtspraak is immers voor sluiting van een woning of lokaal de vraag of de eigenaar of huurder enig verwijt kan worden gemaakt niet van belang (zie onder andere ABRS 1 februari 2012, LJN BV2400). Dit betekent dat de handelingen in het horecabedrijf die verweerder aannemelijk heeft geacht, onvoldoende grondslag vormen voor het bestreden besluit. Het beroep is daarom gegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.