Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBALM:2012:BX2240

Rechtbank Almelo · 18-07-2012 · zaaknummer 11 / 825 WW44 BN1 A; 11 / 826 WW44 BN1 A; 11 / 827 WW44 BN1 A

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Besluiten tot weigering van vrijstelling en reguliere bouwvergunning eerste fase voor de bouw van 40 nertsensheds, een mestsilo en een bedrijfshal. Bij besluiten op bezwaar heeft verweerder, in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie, de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard en de primaire besluiten in stand gelaten. De Rb. heeft de tegen die besluiten ingediende beroepen ongegrond verklaard. De ABRS heeft het door eiseres daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Rb. vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Tevens zijn de besluiten op bezwaar vernietigd. Bij de thans bestreden besluiten heeft verweerder, in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie, de bezwaren van eiseres wederom ongegrond verklaard en de primaire besluiten in stand gelaten. De afwijking van het advies is door verweerder nader gemotiveerd. In het reconstructieplan is onder meer bepaald dat in het desbetreffende gebied intensieve veeteelt, zoals door eiseres voorgestaan, in beginsel is toegestaan, en dat ieder initiatief tot nieuwvestiging een nadere beleidsafweging behoeft. Aldus is bij de vaststelling van het reconstructieplan geen volledige afweging gemaakt, in die zin dat op gemeentelijk niveau geen nadere afweging meer zou mogen plaatsvinden. Verweerder komt derhalve enige beleidsruimte toe. De door verweerder gestelde voorwaarde van een goede landschappelijke inpassing en een maximale goothoogte van 6 meter voor bedrijfsbebouwing betreffen beide ruimtelijke argumenten. Niet kan worden gezegd dat bij toepassing hiervan onvoldoende mogelijkheden resteren om een volwaardig agrarisch bedrijf te realiseren. Naar het oordeel van de Rb. valt in dit geval niet in te zien waarom een verzoek om vrijstelling eerst kan worden beoordeeld nadat een landschappelijk inpassingsplan is overgelegd. De handelwijze van verweerder – waarbij eerst een inpassingsplan wordt verlangd voordat eventuele overige weigeringsgronden worden prijsgegeven – is niet alleen in strijd met het beginsel van fair play, maar eveneens met het beginsel van “de minste pijn”. Materieel onzorgvuldig is immers een besluit dat zwaardere lasten op een belanghebbende legt dan nodig is. Daarvan is in dit geval sprake nu niet valt in te zien dat het overleggen van een inpassingsplan niet als voorwaarde aan een vrijstelling kan worden verbonden. De bezwaren zijn aldus te ondervangen door een minder vergaande maatregel dan de weigering van de gevraagde vrijstelling. Voorgaande geldt evenzeer voor zover het de aanvraag ten behoeve van de bedrijfshal betreft. Hoewel het standpunt van verweerder dat ten aanzien van de bedrijfshal wordt aangesloten bij het microplanologisch uitgangspunt van een maximale goothoogte van 6 meter niet onredelijk is, heeft eiseres er terecht op gewezen dat zij in de gelegenheid had moeten worden gesteld het bouwplan aan te passen. Het terugbrengen van de goothoogte van de gevraagde 6.81 meter naar 6 meter, zonder dat het bouwplan overigens wijzigingen ondergaat, kan in dit geval worden aangemerkt als een wijziging van ondergeschikte aard. De Rb. acht termen aanwezig om het onderzoek in de aan de orde zijn de zaken te heropenen en verweerder onder toepassing van art. 8:51a lid 1 Awb in de gelegenheid te stellen bovengenoemd gebreken in de bestreden besluiten te herstellen en daarvan schriftelijk mededeling te doen aan de Rb. In dit verband zal verweerder in het nieuw te nemen besluit alle mogelijke weigeringsgronden moeten opnemen, zodat niet telkens over een nieuwe weigeringsgrond hoeft te worden geprocedeerd.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.