Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBALM:2012:BW5684

Rechtbank Almelo · 09-05-2012 · zaaknummer 12 / 411 GEMWT BN1 V en 12 / 412 GEMWT BN1 A

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Besluit waarbij het college een last onder dwangsom opgelegd inhoudende dat verzoeker een dwangsom verbeurt van € 5.000,- (tot een maximum van € 15.000,-) per constatering dat in de inrichting meer dan 20 pensionhonden, 10 asielhonden of 50 fokhonden aanwezig zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat de beroepsgrond, inhoudende dat er geen sprake is van een handelen in strijd met de verleende omgevingsvergunning, faalt. Verzoeker stelt vervolgens dat er sprake is van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor de activiteit ‘veranderen van een inrichting’, zodat thans niet langer sprake is van een overtreding. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent dat blijkens art. 3.10, lid 1, onder c, van de Wabo de hoofdregel is dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het veranderen van een inrichting ex art. 2.1, lid 1, onder e, van de Wabo. Slechts in de gevallen als omschreven in art. 3.10, lid 3, van de Wabo is op een dergelijke aanvraag de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Daarvan is slechts sprake indien de aanvraag betrekking heeft op het veranderen van een inrichting die niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende omgevingsvergunning is toegestaan. In casu ziet de geldende omgevingsvergunning op het houden/huisvesten van 50 fokhonden, 20 pensionhonden en 10 asielhonden. De recente aanvraag om een omgevingsvergunning ziet op het houden/huisvesten van 20 fokhonden, 120 pensionhonden en 80 katten. Deze uitbreiding kan niet worden geduid als een uitzondering op de hoofdregel krachtens het derde lid. Vorenstaande betekent dat op de aanvraag de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is, waardoor er van een vergunning van rechtswege geen sprake kan zijn (art. 3.10, lid 4 Wabo). Verweerder heeft ter zitting desgevraagd meegedeeld dat verzoeker in zijn aanvraag (terecht) heeft aangegeven dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is en dat hij in de brief van 23 februari 2012 abusievelijk heeft aangegeven dat de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is. De voorzieningenrechter oordeelt hieromtrent dat er sprake is van een kennelijke verschrijving door verweerder, mede gelet op hetgeen verzoeker zelf in zijn aanvraag heeft aangegeven. Voorts kan verweerder middels een brief de wettelijk voorgeschreven procedure niet opzij zetten. Dit betekent dat aan de brief van 23 februari 2012 niet de betekenis toekomt die verzoeker blijkbaar wenst, te weten dat art. 3.10 van de Wabo opzij wordt geschoven. De voorzieningenrechter voegt hieraan toe dat het ‘ombouwen’ van een hondenfokkerij naar een hondenpension blijkens het vigerende bestemmingsplan niet is toegestaan. Verzoeker stelt dat dit gebruik wordt beschermd door het gebruiksovergangsrecht nu de inrichting ter plaatse reeds ruim veertig jaren wordt geëxploiteerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat tussen partijen niet in geschil is dat een hondenfokkerij reeds geruime tijd op het perceel is gevestigd en ook als zodanig positief is bestemd. Het huisvesten/houden van pensionhonden als ‘hoofdactiviteit’ vindt slechts gedurende een aantal jaren plaats, zodat dit gebruik niet wordt beschermd door het gebruiksovergangsrecht in het thans vigerende bestemmingsplan. De strijd met het vigerende bestemmingsplan kan worden opgeheven door middel van een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’. Nu een projectafwijkingsbesluit wordt voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure (art. 3.10, lid 1, aanhef en onder a, van de Wabo) en er sprake is van een onlosmakelijke samenhang (ex art. 2.7 van de Wabo) tussen de activiteiten ‘veranderen van een inrichting’ en ‘afwijken van het bestemmingsplan’, is op de combinatie van deze twee activiteiten de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Ook hierom kan van een omgevingsvergunning van rechtswege geen sprake zijn. Samenvattend oordeelt de voorzieningenrechter dat het houden van meer dan 20 pensionhonden (evenals het houden van meer dan 50 fokhonden en/of meer dan 10 asielhonden) in strijd is met de geldende omgevingsvergunning. Van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het veranderen van de inrichting (waardoor ter plaatse 120 pensionhonden mogen worden gehouden) is geen sprake. Dit betekent dat verzoeker het bepaalde in art. 2.1, lid 1, aanhef en onder e, van de Wabo heeft overtreden. Verweerder heeft zich dan ook terecht bevoegd geacht om hiertegen handhavend op te treden. (…)

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.