ECLI:NL:RBALM:2008:BC8055
Rechtbank Almelo · 19-03-2008 · zaaknummer 08 / 90 AW AQ1 V en 08 / 91 AW AQ1 V
Inhoudsindicatie
Verzoeker is werkzaam bij de Divisie Recherche, Regionaal Informatie Knooppunt, onderdeel Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). Daarvoor was hij werkzaam bij de afdeling Georganiseerde Criminaliteit (GC) van de Divisie Recherche. Verweerder heeft verzoeker met onmiddellijke ingang buiten functie gesteld in verband met een tegen hem door het Bureau Interne Veiligheid (BIV) ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van vermoedelijke overtreding van artikel 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht. Gelet op de uitkomsten van het door het BIV verrichte strafrechtelijk onderzoek heeft verweerder een disciplinair traject opgestart. In afwachting van de definitieve besluitvorming met betrekking tot dit disciplinaire traject heeft verweerder verzoeker met onmiddellijke ingang geschorst in het belang van de dienst. Bij het bestreden besluit heeft verweerder besloten verzoeker disciplinair te straffen wegens ernstig plichtsverzuim door hem onvoorwaardelijk ontslag te verlenen en te bevelen dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag onmiddellijk ten uitvoer wordt gelegd. Het plichtsverzuim dat verzoeker wordt verweten bestaat uit het stelselmatig en gedurende meerdere perioden misbruiken van dienstmiddelen, te weten het zonder toestemming mee naar huis nemen van politieportofoons voor gebruik door derden en voor privédoeleinden. De portofoons zijn met medeweten van verzoeker gebruikt door verzoekers toenmalige echtgenote en verzoekers zoon die - al dan niet in gezelschap van verzoeker - via de portofoon politieberichten beluisterde en vervolgens bij branden, verkeersongevallen etc. naar de plaats van het voorval reed om foto’s te maken. Deze foto’s werden vervolgens verkocht aan de media en/of op een internetsite geplaatst. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in de aard en de ernst van de naar aanleiding van de jegens verzoeker gerezen verdenking en de ter zake ingestelde strafvervolging alleszins gerede grond kunnen vinden voor het voornemen verzoeker te ontslaan en valt niet in te zien dat verweerder, gelet op dit voornemen, geen gebruik had mogen maken van zijn bevoegdheid verzoeker voorafgaand aan die ontslagverlening hangende het strafrechtelijk onderzoek door het BIV in zijn ambt te schorsen. Voor zover verweerder verzoeker in het belang van de dienst met onmiddellijke ingang heeft geschorst, kan naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter evenmin worden gezegd dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen het niet verantwoord te achten dat verzoeker zijn werkzaamheden gedurende het onderzoek zou blijven verrichten. Gelet op het vertrouwen dat gesteld moet kunnen worden in de integriteit van politieambtenaren in het algemeen en van politieambtenaren met een vertrouwensfunctie als verzoeker in het bijzonder is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de straf van onvoorwaardelijk ontslag niet onevenredig te achten. Daargelaten of er ten tijde hier van belang, naast het landelijk en regionaal beleid met betrekking tot het omgaan met het C2000-systeem, bij de Regiopolitie Twente een waterdicht registratiesysteem voor het beheer van portofoons bestond, had voor verzoeker, met name gelet op zijn vertrouwensfunctie, zonder meer duidelijk kunnen en moeten zijn dat het gebruik van portofoons zonder diensttechnische reden en voor privédoeleinden op de wijze zoals in casu is geschied, ontoelaatbaar is. Dit geldt temeer nu via het C2000-portofoonverkeer vrijelijk vertrouwelijke en privacygevoelige (politie)informatie, zoals namen en adressen van personen, wordt uitgewisseld. Verzoeker heeft er door zijn gedragingen en houding blijk van gegeven onvoldoende inzicht te hebben in de vertrouwenspositie die hij als rechercheur CIE bekleedt en de bijzondere verantwoordelijkheden die een dergelijke functie met zich brengt. Daarmee heeft verzoeker niet alleen zijn eigen positie als politieambtenaar aangetast, maar ook het aanzien en de integriteit van de Regiopolitie Twente ernstige schade toegebracht. Aan de afgifte van een werkgeversverklaring ten behoeve van een hypotheekaanvraag door verweerder op een moment dat het interne onderzoek door het BIV niet was afgerond en nog geen sprake was van een voornemen tot disciplinaire strafoplegging kon verzoeker niet de gerechtvaardigde verwachting ontlenen dat het dienstverband niet zou worden beëindigd. Dit geldt temeer nu verzoeker heeft erkend dat hij zich door zijn handelwijze heeft schuldig gemaakt aan plichtsverzuim en daarom bij de beslissing om een huis te kopen rekening had kunnen en moeten houden met de mogelijkheid van strafoplegging en in het ergste geval met strafontslag. Door desondanks over te gaan tot de aankoop van een woning heeft verzoeker een aanzienlijk financieel risico genomen, waarvan hij naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de gevolgen niet kan afwentelen op verweerder. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er geen reden om te veronderstellen dat het strafontslag in bezwaar geen stand zal houden. Derhalve bestaat er geen grond voor schorsing van het bestreden besluit of het treffen van een andere voorlopige voorziening. De verzoeken om voorlopige voorzieningen dienen te worden afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- F.J. van der Vaart
- M.F. Groen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
