Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBALM:2002:AD9793

Rechtbank Almelo · 15-02-2002 · zaaknummer 02/113 WW44 H1 V, 02/114 WW44 H1 A

Bestuursrecht; Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ten tijde van besluit op bezwaar geen voorbereidingsbesluit van kracht; jurisprudentie Raad van State ten aanzien WRO (oud) blijft van kracht. Vrijstelling en bouwvergunning, verleend op 15 juni 2001, voor realisering van verzorgingshuis met aanleunwoningen en winkelunits bij besluit op bezwaar in stand gelaten. Op 15 januari 2002, de datum waarop de bestreden beslissing op bezwaar is genomen, was geen nieuw voorbereidingsbesluit in werking getreden, noch was een herziening van het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Gelet op het bepaalde in art. 19, eerste en vierde lid, aanhef en onder b, WRO, werd op die datum niet voldaan aan de wettelijke vereisten om toepassing te geven aan dit artikel. Verweerder was dan ook niet meer bevoegd om tot handhaving van de verleende vrijstellingen en bouwvergunningen te besluiten. Zoals de Raad van State heeft overwogen in zijn uitspraak van 21 december 1999, nr. H01.99.0629, ECLI:NL:RVS:1999:AD9797, moet gelet op het karakter van de beslissing op bezwaar op dat moment zijn voldaan aan de wettelijke vereisten voor toepassing van art. 19 WRO. Het gegeven dat ten tijde van het nemen van de primaire besluiten wèl een voorbereidingsbesluit gold, maakt dit niet anders. Weliswaar ziet die rechtspraak op de WRO zoals deze luidde vóór 3 april 2000, maar gelet op de strekking van de oude en de huidige regeling van het voorbereidingsbesluit is de voorzieningenrechter van oordeel dat de uitleg die de Raad van State in de betreffende uitspraak heeft gegeven, nog onverkort van toepassing is. Reeds op grond van het vorenstaande komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking. Voor een verdergaande beoordeling van de verleende vrijstellingen en bouwvergunningen is daarom geen plaats. Ter toelichting wordt nog opgemerkt dat het nemen van een voorbereidingsbesluit geen betekenisloze handeling dient te zijn. Met de regeling, neergelegd in art. 19.1 en 19.4 WRO heeft de wetgever benadrukt dat het primaat van de ruimtelijke ordening berust bij het bestemmingsplan en dat grootschalige en ingrijpende beslissingen in dat verband ook hun neerslag in dat plan dienen te hebben. Burgemeester en wethouders van Denekamp, verweerder. mr. H.G. Rottier (voorzieningenrechter)

Rechters

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Denekamp

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Denekamp

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.