ECLI:NL:RBALM:2001:AB2668
Rechtbank Almelo · 27-06-2001 · zaaknummer 01 / 86 WW44 H1 A
Inhoudsindicatie
Geen rechtstreeks belang van eigenaar van bouwwerk bij rechtens onaantastbaar geworden besluit, gericht aan derden, tot weigering van de bouwvergunning. Weigering bouwvergunning voor tijdelijke woonunit. Aanvraag om bouwvergunning is niet door eiser ingediend maar door de gebroeders X en is ook aan hen verleend. De gebroeders X vormen een maatschap. Het is de bedoeling dat eiser te zijner tijd onderdeel gaat uitmaken van de maatschap. Reeds thans verricht hij werkzaamheden op het bedrijf. Met het oog op bereikbaarheid en aanwezigheid heeft hij met zijn gezin de woonunit, die zijn eigendom is, betrokken. Aldus is hij vooruitgelopen op de vergunningverlening. Eiser is ontvankelijk in zijn beroep omdat hij eerder bezwaar maakte tegen het besluit van 4 april 2000. Een beslissing op een bezwaarschrift is immers een besluit waartegen ingevolge art. 8:1 Awb beroep open staat. Het is ontegenzeggelijk juist dat er voor eiser, als gebruiker en eigenaar van de woonunit, grote belangen op het spel staan; zowel zijn woongelegenheid als de mogelijkheid om te werken worden hier op een ingrijpende manier getroffen. Die grote belangen brengen echter niet zonder meer mee dat eiser als belanghebbende in de zin van art. 1:2 Awb moet worden aangemerkt. Alhoewel het belang van eiser door het besluit van 4 april 2000 wordt geraakt, is diens belang niet rechtstreeks bij dit besluit betrokken. Daarbij is niet zozeer doorslaggevend dat het primaire besluit zich niet tot eiser richt. Alhoewel de gebroeders X niet tegen de weigering van de door hen aangevraagde bouwvergunning zijn opgekomen, zullen zij als gevolg van het feit dat eiser dit wel heeft gedaan, bij gegrondverklaring van eisers beroep een bouwvergunning verkrijgen. Dit betekent voorts dat nu de gebroeders X geen bezwaar hebben gemaakt tegen de weigering om een bouwvergunning te verstrekken, deze weigering ten opzichte van hen formele rechtskracht heeft gekregen en in rechte onaantastbaar is geworden. Met die onaantastbaarheid strookt het niet om eiser als direct belanghebbende te beschouwen omdat hij aldus immers dat onaantastbare besluit alsnog in rechte materieel aan kan vechten. Gelet hierop heeft verweerder eiser ten onrechte ontvangen in zijn bezwaar. Het beroep dient derhalve gegrond te worden verklaard. De rechtbank verklaart met toepassing van art. 8:72, vierde lid Awb het inleidend bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede, verweerder. mr. H.G. Rottier
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
