ECLI:NL:RBALM:2001:AB2283
Rechtbank Almelo · 26-04-2001 · zaaknummer 00/853 BSTPL H1 A
Inhoudsindicatie
Standpunt van verweerder omtrent interpretatie van bestemmingsplan is geen definitief rechtsoordeel. Het aanvragen van een bouwvergunning is gezien de hoogte van de aanvraagkosten in verhouding tot de totale bouwkosten niet als onevenredig bezwarend aan te merken. Principe-uitspraak d.d. 10 maart 2000 van verweerder dat een eventuele bouwaanvraag voor de bouw van een landhuis met zes zelfstandige wooneenheden op een perceel met de bestemming 'Landhuizen' zal worden afgewezen. Verweerder geeft aldus te kennen wat in beginsel de waarschijnlijke beslissing op een dergelijk verzoek zal zijn. Daarmee is echter niet gegeven dat het hier om een definitief rechtsoordeel gaat. Het staat eisers immers nog steeds vrij om een aanvraag om een bouwvergunning in te dienen, ten aanzien van welke aanvraag verweerder gehouden is een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit te nemen. Deze beoordeling kan in beginsel niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. 1:3, eerste lid Awb. De rechtbank stelt voorts vast dat het openstellen van bezwaar en beroep tegen dergelijke mededelingen, niet past binnen de systematiek van de Awb, nu aldus immers door één belanghebbende twee maal ten gronde zou kunnen worden geprocedeerd over inhoudelijk hetzelfde geschil. Uit de jurisprudentie is af te leiden dat dit beginsel ten aanzien van bouwvergunningen uitzondering lijdt, indien het indienen van de aanvraag en de daarop volgende gang naar de rechter als onevenredig bezwarend moeten worden aangemerkt. Van dergelijke onevenredige bezwaren is in casu geen sprake. Weliswaar is met het indienen van een aanvraag in dit geval een niet onaanzienlijk bedrag gemoeid, maar dit bedrag staat in een redelijke verhouding tot de totale bouwkosten van het voorgestelde project. Dat bij een afwijzing van de aanvraag de helft van de legeskosten is verschuldigd, acht de rechtbank een risico dat een ieder die een bouwaanvraag indient in beginsel loopt. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede, verweerder. mr. H.G. Rottier
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
