ECLI:NL:RBALM:2000:AA8490
Rechtbank Almelo · 09-11-2000 · zaaknummer 00/512 WET H1 A
Inhoudsindicatie
Ten onrechte aanmerken van reactie op sanctie-voornemen als (prematuur) bezwaarschrift kan niet met toepassing van art. 6:22 Awb worden gepasseerd. Brief verweerder d.d. 13 april 2000, waarin het voornemen kenbaar wordt gemaakt een sanctiebesluit te nemen t.a.v. eiseres, omdat geen medewerking is verleend aan controle van de bedrijfsvoorraad, de handelaarskentekens en de administratie. De als (prematuur) bezwaarschrift aangemerkte schriftelijke reactie van eiseres is ongegrond verklaard en de erkenning bedrijfsvoorraad is ingetrokken voor een periode van zes weken. Het verzoek om voorlopige voorziening is door de president bij uitspraak van 19 juli 2000 afgewezen. Verweerders brief van 13 april 2000 kan niet als een besluit in de zin van art. 1:3 Awb worden aangemerkt, nu deze brief slechts een voornemen tot het nemen van een sanctiebesluit bevat, terwijl geen zelfstandige rechtsgevolgen in het leven worden geroepen. Uit de bewoordingen van de brief blijkt eveneens dat het uitdrukkelijk niet de intentie van verweerder is geweest om een besluit te nemen. Nu de brief van eiseres van 15 april 2000 zich niet richt tegen een besluit in de zin van art. 1:3, eerste lid Awb kan die brief niet als een bezwaarschrift worden aangemerkt. Op 15 april 2000 was het primaire besluit van 25-04-2000 nog niet tot stand gekomen. Eiseres heeft blijkens de inhoud van haar brief van 15 april 2000 het conceptbesluit van 13 april 2000 ook niet aangezien voor het besluit zelf. Gelet op het bepaalde in art. 6:10, eerste lid, onder a en b Awb kan de brief van eiseres van 15 april 2000 ook niet als een prematuur bezwaarschrift worden aangemerkt. Het oordeel van de president dat hier sprake is van schending van een vormvoorschirft, waaraan met toepassing van art. 6:22 Awb voorbij kan worden gegaan, deelt de rechtbank echter niet. Ambtshalve moet worden getoetst of verweerder terecht de brief van eiseres van 15 april 2000 heeft aangemerkt als een bezwaarschrift. De brief van 13 april 2000 kan niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. 1:3 Awb. Het ontbreken van een besluit is een essentieel gebrek dat niet gelijk gesteld kan worden met schending van een vormvoorschrift. Verweerder had de bezwaren van eiseres van 15 april 2000, nu die niet waren gericht tegen een besluit in de zin van de Awb, niet-ontvankelijk moeten verklaren en niet ongegrond zoals hij dat heeft gedaan. Alsnog niet-ontvankelijk verklaard. mr. H.G. Rottier De Algemeen Directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, verweerder.
Rechters
Advocaten
- B.H. Bongers
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
