ECLI:NL:RBALM:2000:AA8344
Rechtbank Almelo · 20-10-2000 · zaaknummer 00/208 WAO W1 A t/m 00/218 WAO W1 A
Inhoudsindicatie
Voortzetting van reeds vóór 1 januari 1998 toegekende WAO-uitkeringen; regeling van art. 87e in strijd met art. 6 EVRM en had buiten beschouwing dienen te blijven. Vaststelling gedifferentieerde premiepercentage ex art. 76 e.v. WAO, voor het premiejaar 2000, waarbij (mede) is uitgegaan van de WAO-uitkeringen van (ex-)werknemers die reeds vóór 1998 zijn toegekend, maar in 1998 nog tot uitbetaling zijn gekomen en waarvan looptijd nog geen vijf jaar bedroeg. Rechtbank: Werkgevers hadden vóór 1998 niet de mogelijkheid om de rechtmatigheid van een WAO-uitkering aan te vechten. In vrijwel de meeste gevallen ontbrak ook het directe belang bij een dergelijke actie. Door de wijzigingen van de wet Pemba is hierin verandering gekomen. Verweerder stelt dat het voor eisende partijen mogelijk is om ter zake van de voortzetting van reeds vóór 1 januari 1998 toegekende WAO-uitkeringen besluiten van verweerder uit te lokken middels een verzoek om de bestaande mate arbeidsongeschiktheid van hun werknemers per 1 januari 1998 opnieuw te willen beoordelen, tegen welke besluiten desgewenst rechtsmiddelen zijn aan te wenden. De rechtbank is van oordeel dat hiermee niet in voldoende mate is voldaan aan de uit art. 6 EVRM voortvloeiende eisen, zoals toetsing van "the merits of the matter" en de "equality of arms". Met betrekking tot laatstgenoemde eis overweegt de rechtbank dat bij een herzieningsverzoek de mogelijkheden voor de werkgever om in rechte op te komen tegen de WAO-schatting als gevolg van de aard van de procedure beperkter zijn dan bij een rechtstreeks bezwaar en beroep tegen de toekenningsbeslissing. Immers een verzoek om herziening kans slechts worden ingediend op grond van nieuw gebleken feiten of gewijzigde omstandigheden die van zodanige aard zijn dat zij verweerder aanleiding kunnen geven om - ten nadele van de betrokken werknemer - terug te komen op een rechtens onaantastbaar geworden besluit. Met betrekking tot de toetsing van "the merits of the matter" overweegt de rechtbank dat deze eis met zich mee brengt dat de rechter een volledig onderzoek moet kunnen instellen naar de zaak, zowel feitelijk als rechtens, en bij zijn beoordeling daarvan niet aan beperkingen gebonden is die hem beletten om juist die aspecten te onderzoeken die de vaststelling van het burgerlijk recht betreffen. Beroepen gegrond. (Anders: Rechtbank Zutphen, gepubliceerd in Justex-nieuwsbrief 419-2000, LJN AA7500 ECLI:NL:RBZUT:2000:AA7500. EVRM 6 WAO 2a, 87e Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Stb. 1997, 175, Wet Pemba)
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
