ECLI:NL:RBALM:2000:AA7507
Rechtbank Almelo · 25-09-2000 · zaaknummer 00/560 GEMWT V1 V
Inhoudsindicatie
Maximale geluidsnorm in planvoorschrift is niet alleen van toepassing ten tijde van de aanleg van de weg. Dwangsomaanschrijving gericht aan Minister van Verkeer en Waterstaat tot het treffen van dusdanige maatregelen dat op de Rijksweg 1, ged. Buren-Hengelo Oost wordt voldaan aan de ingevolge art. 3 van de planvoorschriften maximaal toegestane geluidsbelasting. De Minister heeft aangevoerd dat ten tijde van de aanleg aan alle voorschriften werd voldaan, dus ook aan de geluidsbelasting. De planbepalingen mogen volgens de Minister niet zo worden uitgelegd dat regelmatig getoetst moet worden of nog wel aan de bepalingen van de geluidsbelasting wordt voldaan. Ook de Wet geluidhinder legt deze verplichting niet op. Art. 3 planvoorschriften wordt te ruim uitgelegd als daarin een permanente norm wordt gelezen die niet alleen betrekking heeft op de aard van het gebruik maar ook op de intensiteit van het gebruik. Bovendien is het standpunt van de Kroon duidelijk: de WRO biedt geen grondslag voor het opnemen in bestemmingsplannen van milieuhygiënische normen. Dit standpunt wordt niet gedeeld. Ingevolge art. 3.h planvoorschriften zijn de gronden onder meer bestemd voor een dubbelbaans autosnelweg met dien verstande dat ten aanzien van bestaande woningen voldaan moet worden aan de in de Wet geluidhinder maximaal toegelaten geluidsbelasting. Op deze wijze is de bestemming derhalve geclausuleerd en verbonden aan een geluidsnorm. In combinatie met het gebruiksvoorschrift van art. 3.B.1 levert dit een verbod op om gronden te gebruiken op een wijze waardoor strijdigheid ontstaan met deze geclausuleerde bestemming. Een verwijzing naar de plantoelichting kan de Minister niet baten nu daaruit geenszins dwingend volgt dat de clausulering van de bestemming alleen geldt ten behoeve van de aanleg van de weg. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de verbindendheid van deze bepalingen. Dat de systematiek van de Wet geluidhinder een andere is vormt evenmin een reden om de bewuste planvoorschriften buiten toepassing te laten. Begunstigingstermijn van 6 maanden is onvoldoende gemotiveerd. Er moet veel gebeuren en er is nog niets aan voorbereiding door de Minister gedaan. B&W hebben niet een te hoge dwangsom opgelegd door het te verbeuren bedrag te stellen op maximaal f 100.000.000,-, nu sprake is van een zich al vele jaren voordoende ernstige problematiek. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo, verweerder. Mr. R.J. Jue (president) Awb 5:21, 5:32.1, 5:32.4 Gemeentewet 125 Bestemmingsplan "Rijksweg 1, ged. Buren-Hengelo Oost": gemeente Hengelo 3.h, 3.B
Rechters
Advocaten
- D. van der Gugten
- G.A. van der Veen
- J.A.M. van der Velden
- J.H. Geerdink
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hengelo
verweerder · overheid
Overheidspartijen
College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hengelo
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
