Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBALK:2012:BW7501

Rechtbank Alkmaar · 03-05-2012 · zaaknummer 11/245

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van de rechtbank is het aan verweerder om de aard en de omvang van de zorgbehoefte op inzichtelijke wijze in kaart te brengen en vast te stellen. Verweerder dient daarbij te onderbouwen op welke momenten en hoeveel tijd daar mee gemoeid gaat. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat verweerder daarin niet is geslaagd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de vraag bij welke activiteiten bij eiseres van (boven)gebruikelijke zorg sprake is. Met name blijkt uit het bestreden besluit niet op grond waarvan het aantal geïndiceerde minuten voor de functie PV recht doet aan de specifieke situatie van eiseres die naast het syndroom van Down beperkingen heeft op het auditieve en visuele vlak en een achterstand heeft in de fijne en grove motoriek. Uit de gedingstukken, waaronder een medische rapportage, die in het kader van de bezwaarprocedure is opgesteld, kan dit evenmin worden afgeleid, nu de specifieke vraagstelling die daartoe door de bezwaarmedewerker was gesteld, niet (afdoende) is beantwoord. Hierdoor is onder meer onduidelijk gebleven of het feit dat eiseres niet (altijd) zelfstandig kan drinken een beperking is ten gevolge van haar aandoening en in dat geval aangemerkt dient te worden als bovengebruikelijke zorg. Voorts is de rechtbank van oordeel dat niet voldoende is gemotiveerd hoeveel tijd er met de bovengebruikelijke zorg gemoeid is. De omstandigheid dat verweerder bij de berekening van het aantal te indiceren minuten aansluiting heeft gezocht bij de normtijden zoals deze naar voren komen in de Beleidsregels, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Hoewel de rechtbank deze Beleidsregels op zichzelf niet onredelijk acht, zien deze op gemiddelde tijden op basisminuten voor volwassen verzekerden die zich ‘normaal’ kunnen bewegen, meewerken, geen gedragsproblemen hebben, enzovoort en is bepaald dat voor kinderen deze gemiddelde tijden kunnen verschillen in vergelijking met die van volwassenen. Dit maakt dat verweerder om de aanvaardbaarheid van het aantal geïndiceerde minuten aan te tonen in het geval van eiseres moet motiveren op grond waarvan het aantal geïndiceerde minuten correct is vastgesteld. Uit het bestreden besluit en de onderliggende stukken kan niet worden opgemaakt dat verweerder dat heeft gedaan. Daarbij komt dat verweerder op de hoeveelheid PV een aftrek van 9 x 5 minuten per week heeft toegepast in verband met de aan eiseres toegekende cluster 3 indicatie met daarin PV tijdens de schoolweken. Hoewel verweerder wel een onderscheid heeft aangebracht tussen schoolweken en niet-schoolweken heeft verweerder nagelaten te onderzoeken of de benodigde zorg daadwerkelijk op school kan worden aangeboden. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 januari 2009 (LJN: BH4131). Verder acht de rechtbank van belang dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting naar voren komt dat de zorgmomenten zich vooral tijdens de ochtend- en avonduren voordoen, zodat de vraag rijst of een aftrek in verband met het verrichten van zorghandelingen tijdens schooltijd wel op zijn plaats is. Bovendien bereikt eiseres gedurende de geïndiceerde periode de leeftijd van 5 jaar en valt zij daarmee in een andere leeftijdscategorie. Niet gebleken is dat verweerder bij de indicatiestelling met dit feit rekening heeft gehouden. Dit klemt te meer nu een kind vanaf de leeftijd van 5 jaar nog maar weinig hulp bij de persoonlijke verzorging nodig heeft, terwijl dit bij eiseres, onder meer gelet op haar achterstand in de fijne en grove motoriek in samenhang met het syndroom van Down, anders is. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering ontbeert en wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht voor vernietiging in aanmerking komt. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat verweerder – een indicatiebesluit is immers ondeelbaar – in zijn heroverweging ook de gevolgen van deze uitspraak voor de overige te indiceren functies dient te betrekken.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.