Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBALK:2011:BV2322

Rechtbank Alkmaar · 22-12-2011 · zaaknummer 09/1765

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiseres is een meervoudig ernstig gehandicapte vrouw. De procedures betreffen de hoogte van de persoonsgebonden budgetten over de subsidiejaren 2004 tot en met 2010. In de uitspraak van 11 maart 2010, LJN: BL8830, heeft de rechtbank reeds geoordeeld dat het verblijf van eiseres in een instelling niet onverantwoord is en dat gelet op het beleidsstandpunt van de Staatssecretaris vergoeding van de kosten voor individuele zorg thuis mogelijk is tot het niveau van de kosten die bij dezelfde zorgzwaarte in een intramurale setting zouden worden gemaakt. De eerder door verweerder gehanteerde gemiddelde kosten van verblijf in een instelling naar de tariefstelling van de CTG heeft de rechtbank daarbij aangemerkt als een onjuiste maatstaf. Deskundige prof. dr. A.J.P Schrijvers, hoogleraar Public Health te Utrecht, heeft op verzoek van de rechtbank na onderzoek een vergelijking gemaakt tussen de kosten van verblijf thuis op basis van een persoonsgebonden budget en de kosten van verblijf in een instelling aan de hand van de AWBZ-indicatie van het CIZ. De rechtbank overweegt dat de deskundige een volledig en zorgvuldig onderzoek heeft uitgevoerd. Weliswaar geeft de deskundige in zijn conclusie aan dat hij niet in staat is een betrouwbaar antwoord te geven omdat hij van een aantal aannames moet uitgaan, maar gelet op de door de deskundige beredeneerde schatting van de zorgkosten voor eiseres ziet de rechtbank daarin een voldoende basis om tot de conclusie te kunnen komen dat de kosten van het verblijf in een instelling aan de hand van de AWBZ-indicatie hoger uitvallen dan verweerder heeft berekend en ook meer bedragen dan het gemaximeerde bedrag van € 300,00 per dag. De uitkomst van de berekening van de deskundige sluit bovendien eerder aan bij de door eiseres in het geding gebrachte offerte van Esdégé-Reigersdaal van 6 april 2005 ten bedrage van € 164.434,40 dan bij de omvang van de door verweerder in het bestreden besluit gehanteerde berekening. De rechtbank is niet gebleken dat de deskundige van een verkeerde indicatiestelling is uitgegaan. De deskundige heeft de indicaties in aanmerking genomen zoals het CIZ deze laatstelijk heeft vastgesteld in het besluit van 5 november 2007. Deze indicatiestelling is ook in de uitspraak van de CRvB van 22 september 2010 (LJN: BN8681) tot uitgangspunt genomen. De rechtbank kan niet anders dan met de deskundige vaststellen dat deze indicaties in totaal resulteren in 106,2 tot 117,9 zorguren per week. De rechtbank is van oordeel dat niet in voldoende mate vaststaat dat de in aanmerking genomen uren voor Ondersteunende Begeleiding dag (OB-dag) ook daadwerkelijk in een één-op-één verhouding kunnen of moeten plaatsvinden, zoals de deskundige aanneemt. Het komt de rechtbank niet onaannemelijk voor dat de zorguren voor OB-dag in een instelling normaliter in groepsverband plaatsvinden. Gelet op het geïndiceerde aantal uren voor deze begeleiding (9 dagdelen, in totaal 36 uren per week) kan de beantwoording van de vragen of eiseres de OB-dag in groepsverband krijgt dan wel kan krijgen, en zo ja, welke omvang de groep heeft en hoe groot het aantal benodigde begeleiders van die groep minimaal dient te zijn, een aanzienlijke betekenis hebben voor de berekening van de hoogte van het bedrag aan concrete zorgkosten dat het verblijf van eiseres in een instelling met zich brengt. Het voorgaande laat evenwel onverlet dat ook indien de kosten van OB-dag in hun geheel worden geabstraheerd van het totale bedrag dat de deskundige heeft berekend, de zorgkosten in een instelling dan meer bedragen dan het gemaximeerde bedrag van € 300,00 per dag. Dit betekent dat het besluit is gebaseerd op een onjuiste feitelijke grondslag. Omdat voor de subsidiejaren 2007 t/m 2009 een budgetgarantie geldt en qua berekening de voorgaande jaren volgt, zijn ook deze berekeningen niet voldoende gemotiveerd. Het susbdiejaar 2010 heeft verweerder ten onrechte gebaseerd op het Zorgzwaartepakket VG 05 nu de indicatie is gebaseerd op functieklassen en niet op basis van een ZZP. De rechtbank kan thans nog niet komen tot (volledige) finaliteit van het geschil. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op om binnen acht weken nieuwe besluiten op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen de rechtbank heeft overwogen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.