ECLI:NL:RBALK:2011:BU9559
Rechtbank Alkmaar · 22-12-2011 · zaaknummer 11/136
Inhoudsindicatie
Verzoek op grond van de Wob om openbaarmaking van het Memorandum of Understanding, afgesloten tussen de Dienst Terugkeer & Vertrek en de defactoautoriteit van Somaliland. Verweerder heeft niet met concreet bewijs of verifieerbare informatie onderbouwd dat Somaliland bezwaar heeft tegen openbaarmaking van de MoU en heeft ook niet kunnen aangeven wat het bezwaar nu precies in materiële zin inhoudt. In de gedingstukken noch in het MoU zelf zijn in voldoende mate relevante aanknopingspunten te vinden voor het bestaan van dit bezwaar of voor de aard ervan. In dit verband kan de rechtbank evenmin eraan voorbijzien dat verweerder in het bestreden besluit heeft verwezen naar de inhoudelijke samenvatting van de MoU in de - openbare - uitspraak van de ABRvS van 26 oktober 2009 (LJN: BK2267) en bovendien de gemachtigde van eiser inzage in de MoU heeft verleend. Onder deze omstandigheden had van verweerder een concrete en gedegen motivering mogen worden verwacht waarom het verzoek van eiser tot integrale openbaarmaking van de MoU niet kan worden ingewilligd. Verweerder heeft een en ander evenwel nagelaten. De rechtbank moet daarom concluderen dat het bestreden besluit - zowel wat betreft de weigeringsgrond in artikel 10, tweede lid, onder a, van de Wob als die onder g - niet berust op een deugdelijke motivering. De omstandigheid dat de ABRvS in de hiervoor genoemde uitspraak beperkte kennisname van de MoU op grond van 8:29 van de Awb gerechtvaardig heeft geacht, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders. Volgens rechtspraak van de ABRvS (zie bijvoorbeeld LJN: AF1476) behelst artikel 8:29 van de Awb immers geen uitputtende openbaarmakingsregeling die de Wob opzij zet, heeft het alleen betrekking op de kennisneming van de gedingstukken door partijen in een gerechtelijke procedure en strekt het, anders dan de Wob, niet tot openbaarmaking van informatie. Het artikel is daarom naast de Wob toepasselijk. Gelet hierop en nu in de uitspraak van 26 oktober 2009 geen motivering is gegeven voor de toepassing van artikel 8:29, kan verweerder die uitspraak niet opvoeren als een vervangende, deugdelijke motivering.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Immigratie en Asiel
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Immigratie en Asiel
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
