ECLI:NL:RBALK:2008:BD9878
Rechtbank Alkmaar · 25-06-2008 · zaaknummer 07/1477
Inhoudsindicatie
Aan het bestreden besluit is ten grondslag gelegd dat eiseres twee personen, beiden van Turkse nationaliteit, zonder tewerkstellingsvergunning (hierna: twv) in Nederland arbeid heeft laten verrichten binnen de uitoefening van haar bedrijf, terwijl deze personen vreemdelingen zijn in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 en voor het verrichten van arbeid een twv was vereist. Gebleken is dat de vreemdelingen werkzaamheden verrichtten op een bouwplaats via een in- en uitleensituatie of aanneming van werk. Voorts is aan het besluit ten grondslag gelegd dat eiseres als feitelijk werkgever heeft nagelaten de identiteit van de vreemdelingen vast te stellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1 tot en met 3, van de Wet op de identificatieplicht en geen afschrift van voornoemd document heeft opgenomen in de administratie. Op grond van de gegevens is de rechtbank van oordeel dat eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij al hetgeen heeft gedaan dat redelijkerwijs mogelijk was om de geconstateerde overtredingen te voorkomen. Verweerders standpunt dat eiseres continue toezicht had moeten houden om illegale tewerkstelling te voorkomen en dat het bij gebreke hiervan voor haar rekening en risico komt dat de Wav is overtreden, acht de rechtbank te ver strekkend. In de situatie dat een bouwbedrijf werk aanneemt en dat aan een derde uitbesteed kan niet steeds van dat bedrijf worden verwacht dat continue toezicht wordt gehouden ter voorkoming van illegale tewerkstelling. Nu eiseres de aangenomen vlechtwerkzaamheden heeft uitbesteed aan (...) kon, mede gelet op de omvang van de werkzaamheden, de plaats waar eiseres is gevestigd ten opzichte van de locatie waar de werkzaamheden moesten worden verricht en de kosten van het houden van toezicht, niet van eiseres worden gevergd dat continue toezicht werd gehouden. Omdat eiseres heeft gedaan wat redelijkerwijs mogelijk was de overtredingen te voorkomen doet de situatie zich voor dat sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid en had van boeteoplegging dienen te worden afgezien.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
