Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBALK:2006:AX9688

Rechtbank Alkmaar · 29-06-2006 · zaaknummer AWB 05/1413

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ter beoordeling staat het besluit van 19 mei 2005, waarbij is gehandhaafd het besluit van 4 november 2004, waarbij vrijstelling als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de WRO is verleend om in het specifieke centrumgebied Huiswaard-Overstad de in het vigerende bestemmingsplan aan de vestiging van detailhandelseenheden gestelde eis van 1000 m2 VVO te verlagen naar 500 m2 BVO. De verleende vrijstelling ziet alleen op mogelijk gebruik, en niet op een of meerdere bouwplannen. (..) Gesteld noch gebleken is dat de verleende vrijstelling ziet op door die winkels gewenst concreet te wijzigen gebruik. Met de verleende vrijstelling is onder meer beoogd in te spelen op mogelijk dreigende leegstand. Dit betreft evenwel een onzekere toekomstige gebeurtenis. (..) De verleende vrijstelling heeft aldus een zodanig algemeen karakter, dat de vraag of, en zo ja door wie en wanneer, deze gebruikt gaat worden niet kan worden beantwoord. (..) De rechtbank van oordeel dat van een project als bedoeld in artikel 19 van de WRO in dit geval geen sprake is. Een concrete activiteit die ziet op een thans te realiseren gebruiksmogelijkheid ligt niet aan de aanvraag ten grondslag en is nadien ook niet ingediend. Of van de vrijstelling gebruik gemaakt gaat worden in een concreet geval is voorts afhankelijk van in de toekomst gelegen onzekere gebeurtenissen. Hierin is een beletsel gelegen voor het volgen van de projectprocedure. Dit komt onder meer tot uiting in het gegeven dat zonder concrete aanduiding van het beoogde gebruik van de te onderscheiden gedeelten van het door het verzoek beslagen gebied, een zorgvuldige afweging van de daarbij in aanmerking nemende belangen kortweg niet mogelijk is. Het stond het college dan ook niet vrij van de projectprocedure gebruik te maken. Evenmin mocht verweerder van de verklaring van geen bezwaar gebruik maken bij de vrijstellingverlening, aangezien deze niet is afgegeven met het oog op een concreet bouwplan of gebruiksmogelijkheid. Onder deze omstandigheden had eiser het aan deze zaak ten grondslag liggende verzoek moeten begrijpen als een verzoek om (partiële) herziening van het vigerende bestemmingsplan, en dit verzoek aan de gemeenteraad dienen door te geleiden. Uitspraak in hoger beroep bevestigd; LJN BA4163.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.