ECLI:NL:RBALK:2006:AW8291
Rechtbank Alkmaar · 03-04-2006 · zaaknummer AWB 04/1554
Inhoudsindicatie
Cyclisch arbeidspatroon; "20%-regel"; seizoenmatige arbeid Verweerder heeft geweigerd eiseres een WW-uitkering toe te kennen omdat zij werkzaam was in een cyclisch arbeidspatroon, welk patroon zich eenmaal heeft herhaald, waarbij de afwijking tussen beide arbeidspatronen niet meer dan 20% bedraagt én er geen sprake is van seizoenmatig verrichtte arbeid. Eiseres heeft naar voren gebracht dat beide arbeidspatronen wezenlijk van elkaar verschillen. Indien in plaats van in kalenderweken in uren wordt gerekend, is er geen sprake van cyclische arbeid omdat de afwijking tussen de gewerkte periodes in het totaal aantal uren meer dan 20% bedraagt. Blijkens de toelichting bij artikel 4b van de Regeling gelijkstelling niet gewerkte uren met gewerkte uren hoeft het arbeidspatroon geen exacte herhaling te laten zien, doch dienen de arbeidspatronen wel eenduidig te zijn en niet wezenlijk te verschillen. In die gevallen dat er sprake is van een wisselend arbeidspatroon waarbij geen cyclus is te ontdekken, moet volgens diezelfde toelichting voor de vaststelling van het gemiddeld aantal arbeidsuren worden uitgegaan van de hoofdregel van artikel 16, tweede lid, van de WW. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet afdoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij tot het standpunt is gekomen dat de wisselende arbeidspatronen van eiseres niet wezenlijk van elkaar verschillen, hetgeen blijkens de toelichting bij artikel 4b van voornoemde Regeling is vereist. Onduidelijk is waarop de door verweerder toegepaste stelregel dat sprake is van een niet wezenlijk verschil in arbeidspatronen indien de afwijking tussen die arbeidspatronen niet meer dan 20% bedraagt, is gebaseerd. Bovendien is onduidelijk waaraan die 20%, indien daarvan al zou moeten worden uitgegaan, is gerelateerd. Gelet op het voorgaande is niet deugdelijk gemotiveerd waarom er in het geval van eiseres geen sprake is van urenverlies als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder a, van de WW en derhalve geen recht op WW-uitkering is ontstaan op 11 november 2002. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Ten slotte heeft de rechtbank ten overvloede overwogen dat zij met verweerder van oordeel is dat de door eiseres in het hotel verrichte werkzaamheden niet kunnen worden aangemerkt als seizoenmatige arbeid in de zin van artikel 4b, zesde lid, van voornoemde Regeling.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
