Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBALK:2006:AW3534

Rechtbank Alkmaar · 04-04-2006 · zaaknummer 14/810622-05

StrafrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Oplegging ISD-maatregel; wettelijke vereisten. De rechtbank overweegt dat uit de bewoordingen van artikel 38m Sr eerste lid, alsmede uit de wetsgeschiedenis, blijkt dat de ISD-maatregel primair een beveiligingsmaatregel is. Uit het vierde lid van genoemd artikel volgt dat er een advies dient te zijn uitgebracht over de wenselijkheid en noodzakelijkheid van oplegging, maar deze bepaling biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat dit onder alle omstandigheden over de behandeling van de verdachte dient te gaan. Het derde lid, gelezen in samenhang met het vierde lid van artikel 38m Sr, dient naar het oordeel van de rechtbank zo uitgelegd te worden dat de maatregel als nevendoel heeft aan een verslaving van de verdachte te werken, een plan voor behandeling vormt echter geen noodzakelijke voorwaarde voor oplegging. Het opstellen van een concreet behandelplan wordt thans door de houding van verdachte gefrustreerd. Verdachte ziet zijn drankgebruik niet als problematisch. Zijn veelvuldige contacten met Justitie wijzen op het tegendeel. Bescherming van de maatschappij staat thans voorop. Daarnaast bestaat binnen de ISD-maatregel de mogelijkheid om met verdachte, indien hij zich daartoe bereid verklaart, te werken aan de achterliggende oorzaak van zijn delictgedrag. In de onderhavige zaak is sprake van drie onherroepelijke veroordelingen in vijf jaar tijd waarvan de tenuitvoerlegging heeft plaatsgevonden vóór de pleegdatum van het huidige delict. Hiermee is voldaan aan het wettelijke vereiste van artikel 38m, eerste lid, onder 2, Sr. Het feit dat er nog een aantal veroordelingen van verdachte niet onherroepelijk is, of dat enkele straffen nog worden dan wel dienen te worden geëxecuteerd, doet daar niet aan af. De rechtbank is niet gebleken dat het totale strafrestant van de onherroepelijke veroordelingen groter is dan vier maanden. Daargelaten de vraag of de officier van justitie onder omstandigheden mag afwijken van het beleid neergelegd in een strafvorderingsrichtlijn, heeft reeds daarom de officier van justitie in redelijkheid tot haar vordering kunnen komen.

Advocaten

  • T. de Bont

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.