ECLI:NL:RBALK:2002:AE0444
Rechtbank Alkmaar · 15-03-2002 · zaaknummer AW 02/110
Inhoudsindicatie
Ten onrechte toestemming geweigerd om eiseres met hulphond tot werkplek toe te laten. Eiseres is sedert haar geboorte gehandicapt. Zij is rolstoelgebonden. Ten tijde van haar indiensttreding heeft zij gemeld dat haar een hulphond is toegewezen en dat zij met deze hulphond op haar werk zal gaan verschijnen. Eiseres is medegedeeld dat voor het gebruik van een hulphond geen toestemming wordt verleend. De voorzieningenrechter overweegt dat het niet binnen de grenzen van verweerders bevoegdheid ligt om de noodzaak van het gebruik van de hulphond en de mate van zelfredzaamheid van eiseres te beoordelen. Dat neemt niet weg dat er omstandigheden kunnen bestaan op grond waarvan zou kunnen worden gezegd dat het van de werkgever redelijkerwijs niet te vergen is eiseres met het aan haar toegekende hulpmiddel toe te laten tot de werkplek. Van dergelijke omstandigheden is de voorzieningenrechter in casu niet gebleken. De voorzieningenrechter overweegt daartoe dat verweerders argument dat de werkruimte qua afmetingen niet voldoet aan de arbo-normen niet kan worden aangemerkt als een zwaarwegend belang. Immers, deze constatering dient voor verweerder eens te meer aanleiding te vormen om aan die overschrijding van de wettelijk voorgeschreven normen een einde te maken door het zoeken van een oplossing. Bij die pogingen kan dan tevens rekening worden gehouden met het zwaarwegend belang van eiseres. De voorzieningenrechter is ter zitting niet gebleken dat een oplossing niet mogelijk is. Evenmin kan verweerders belang om te voorkomen dat bij (familieleden van) medewerkers allergische reacties op de hond optreden aangemerkt worden als een zwaarwegend belang dat opweegt tegen dat van eiseres. Niet onderbouwd is - bijvoorbeeld met medische verklaringen - wat de aard en ernst van de gestelde allergieën is en welke consequenties een hond in de kamer of het gebouw hiervoor heeft. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de nadelige gevolgen van het bestreden besluit voor eiseres dermate onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen als gesteld door verweerder dat moet worden gezegd dat verweerder niet op juiste wijze toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in art. 3:4 Awb. De voorzieningenrechter overweegt verder dat de wetgever door middel van de Wet REA en de Arbeidsomstandighedenwet 1998 heeft getracht om een zo groot mogelijke mate van gelijkheid bij de toegang tot de arbeidsmarkt tussen gehandicapten en niet-gehandicapten te verwezenlijken. Toegepast op het onderhavige geval betekent dit uitgangspunt dat er op de werkgever een zware zorgplicht rust om eiseres op gelijke voet als haar collega's in staat te stellen haar werkzaamheden op haar werkplek te verrichten. Van zwaarwegende redenen om van dit gelijkheidsbeginsel af te wijken en deze zorgplicht naast zich neer te leggen, bijvoorbeeld omdat redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat eiseres met haar hulphond tot de werkplek wordt toegelaten, is de voorzieningenrechter in casu niet gebleken. Voorlopige voorziening (toelating tot werkplek met hulphond) toegewezen.
Rechters
Advocaten
- A.H. Bergman
- W.A. Swildens
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
