Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBALK:2000:AA9913

Rechtbank Alkmaar · 11-12-2000 · zaaknummer 00/1736 WRO19

Bestuursrecht; Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uitleg art. 45.4 Woningwet. Instandhoudingstermijn bouwwerk waarvoor 17 WRO-vrijstelling is verleend, mag niet op later tijdstip aflopen dan termijn waarvoor die vrijstelling is verleend. Bouwvergunning en vrijstelling (17 WRO) voor asielzoekerscentrum. Verweerder heeft betoogd dat ingevolge art. 17 WRO en art. 45 Woningwet het asielzoekerscentrum na vijf jaren moet worden opgeheven. Dit is volgens verweerder ook gegarandeerd in de bestuursovereenkomst die hij heeft gesloten met de vergunninghouder. Naar het oordeel van de president zou met een bestuursovereenkomst waarin een maximale instandhoudingstermijn is opgenomen die overeenstemt met art. 45 Woningwet juncto art. 17 WRO en met de ook uit andere stukken blijkende intentie om op de betrokken gronden op termijn verdere woningbouw te realiseren, voldoende aannemelijk zijn dat de beoogde afwijking van het bestemmingsplan slechts een periode van vijf jaren betreft. Het bepaalde in de bestuursovereenkomst oordeelt de president evenwel in strijd met art. 45.4 Woningwet. In het bestreden besluit van 17 oktober 2000 is bepaald dat aan de bouwvergunning ex art. 45.1.d Woningwet een instandhoudingstermijn van vijf jaren wordt verbonden, ingaande op de datum waarop deze bouwvergunning onherroepelijk wordt. De vrijstelling ex art. 17 WRO die bij het bestreden besluit is verleend is kennelijk, aangezien daarover niets is bepaald, in werking getreden met de bekendmaking van het bestreden besluit. In art. 12.1 van de bestuursovereenkomst is bepaald dat deze overeenkomst van kracht wordt op het moment van het onherroepelijk worden van de voor de bouw van het centrum verleende vrijstelling ex art. 17 WRO en bouwvergunning, en geldt voor een periode van ten hoogste vijf jaren. In het derde lid van dit artikel is bepaald dat deze overeenkomst in ieder geval eindigt op 1 januari 2007. De president overweegt dat de vrijstellingstermijn ex art. 17 WRO en de instandhoudingstermijn ex art. 45.1.d Woningwet ten hoogste vijf jaren mag zijn. In het bestreden besluit zijn deze beide termijnen weliswaar bepaald op vijf jaren maar is de termijn waarvoor de vrijstelling geldt al gaan lopen terwijl de instandhoudingstermijn verbonden aan de bouwvergunning nog moet ingaan. Gevolg hiervan is dat als de vrijstellingstermijn is verlopen, de instandhoudingstermijn nog doorloopt en wellicht pas enkele jaren later afloopt. Dit laatste is, gelet op de samenhang tussen art. 17 WRO en art. 45 Woningwet en op doel en strekking van art. 17 - namelijk dat de feitelijke afwijking van een bestemmingsplan ten hoogste vijf jaren in stand mag worden gehouden - in strijd met het bepaalde in art. 45.4 Woningwet. Deze bepaling dient zo te worden uitgelegd dat de termijn van instandhouding van een bouwwerk waarvoor een vrijstelling ex art. 17 WRO is verleend niet op een later tijdstip mag aflopen dan de termijn waarvoor deze vrijstelling is verleend. Ook art. 12.1 van de bestuursovereenkomst is in strijd met art. 45.4 Woningwet. Ook daaruit volgt immers dat het centrum in stand mag blijven als de vrijstellingstermijn is verlopen. Er is weliswaar een uiterlijke datum bepaald waarop de overeenkomst eindigt maar deze datum ligt meer dan vijf jaren na de inwerkingtreding van de vrijstelling. Nu de instandhoudingstermijn in het bestreden besluit strijdig is met art. 45.4 Woningwet en er onvoldoende, concrete objectieve gegevens voorhanden zijn om aan te kunnen nemen dat de afwijking van het bestemmingsplan niet langer dan vijf jaren zal voortduren, dient het bestreden besluit te worden geschorst. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik, verweerder. mr. M. Zijp (president) Wet op de Ruimtelijke Ordening 17, 17.1, 17.4 Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 19 Woningwet 45.1.d, 45.5, 45.7

Rechters

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.