ECLI:NL:PHR:2026:407
Parket bij de Hoge Raad · 21-04-2026 · zaaknummer 24/02398
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Dagvaarding in h.b. is betekend op kantooradres van raadsman dat in volmacht tot instellen h.b. was opgenomen. Dat betrof echter adresopgave a.b.i. art. 450.3 Sv en kan niet worden gelijkgesteld met woon- of verblijfplaats van verdachte a.b.i. art. 36e.1.b Sv. Nu verdachte niet was ingeschreven in BRP en ook geen andere woon- of verblijfplaats bekend was, had dagvaarding moeten worden uitgereikt aan OM. Die uitreiking aan OM kan niet uit stukken van geding worden afgeleid. Volgens AG hoeft dat verzuim echter niet tot cassatie te leiden, omdat in dit geval geen belang voor verdachte was gemoeid bij uitreiking aan OM. Daarbij neemt AG in aanmerking dat van verdachte in hele fase h.b. geen BRP-adres en geen woon- of verblijfplaats bekend is geworden. Strekt tot verwerping van het beroep.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
