ECLI:NL:PHR:2026:349
Parket bij de Hoge Raad · 31-03-2026 · zaaknummer 24/02048
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. Ontneming w.v.v. uit ‘andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan’, art. 36e lid 2 Sr. In de samenhangende hoofdzaak is de betrokkene veroordeeld wegens onder meer (feit 1) het medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen van ongeveer 45 hennepplanten en het opzettelijk telen van 6304 hennepstekken en het opzettelijk aanwezig hebben van 463 kg hennep, en (feit 2) het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 204 gram hasjiesj. Middel klaagt dat het w.v.v. pondspondsgewijs had moeten worden verdeeld omdat medeplegen bewezen is verklaard. CAG: de grondslag voor het geschatte w.v.v. is niet de bewezenverklaarde feiten maar ‘andere strafbare feiten’. Strekt tot verwerping. Samenhang met 24/02047.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
