ECLI:NL:PHR:2026:248
Parket bij de Hoge Raad · 13-03-2026 · zaaknummer 25/02550
Inhoudsindicatie
Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Is vertraging in de behandeling in beroep als gevolg van de omstandigheid dat de gemachtigde onvoldoende zittingsbeschikbaarheidscapaciteit heeft, aan te merken als een bijzondere omstandigheid die verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigt? Is een generieke verlenging in alle zaken van de gemachtigde toegestaan? Is voor de toerekenbaarheid van de vertraging relevant hoe de Rechtbank heeft gereageerd op de onvoldoende zittingsbeschikbaarheidscapaciteit?
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
