ECLI:NL:PHR:2026:221
Parket bij de Hoge Raad · 03-03-2026 · zaaknummer 25/02045
Inhoudsindicatie
Conclusie PG. Aanvraag tot herziening ten nadele van een vrijspraak (art. 482a e.v. Sv). Zaak waarbij in 2006 een 28-jarige vrouw dood is aangetroffen in een woning in Alphen aan den Rijn. De uitspraak waarbij de gewezen verdachte is vrijgesproken, is in 2012 onherroepelijk geworden. De wetgever heeft beoogd de Wet herziening ten nadele (i.w.tr. 1 oktober 2013) onmiddellijke werking te geven en daarmee ook van toepassing te doen zijn op uitspraken die vóór de inwerkingtreding van de wet onherroepelijk zijn geworden. Is onmiddellijke werking verenigbaar met art. 6 (rechtszekerheidsbeginsel) en 7 (legaliteitsbeginsel) EVRM? De rechtspraak van het EHRM biedt hierover geen uitsluitsel. Conclusie strekt tot het verzoeken van advies (a.b.i. art. 1 Zestiende Protocol EVRM) aan EHRM over uitleg en toepassing art. 6 en 7 EVRM.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
