ECLI:NL:PHR:2025:990
Parket bij de Hoge Raad · 16-09-2025 · zaaknummer 24/01481
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. OM-cassatie. Vrijspraak art. 9 lid 2 WVW 1994, omdat de verdachte heeft verklaard zich het verhoor waarin hem is medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard (en dat plaatsvond enkele weken voorafgaand aan het in deze zaak tenlastegelegde feit) niet kan herinneren. De AG stelt zich op het standpunt dat – nu een ondubbelzinnige mededeling van een politieambtenaar in een pv in beginsel voldoende is voor een bewezenverklaring van het ‘weten dan wel redelijkerwijs moeten weten’ – van de feitenrechter kan worden gevergd dat hij, indien de verdachte (slechts) verklaart zich de mededeling niet te kunnen herinneren, uitlegt waarom aan die verklaring een zodanig gewicht moet worden toegekend dat maakt dat de mededeling van de opsporingsambtenaar niet langer voldoende is voor een bewezenverklaring. Een dergelijke uitleg ontbreekt in onderhavige zaak, zodat het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk is. De conclusie strekt in zoverre tot vernietiging en terugwijzing.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
