ECLI:NL:PHR:2025:684
Parket bij de Hoge Raad · 17-06-2025 · zaaknummer 23/00572
Inhoudsindicatie
Conclusie plv. AG. Overtreding art. 2 lid 3 Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en opzettelijk onjuist/onvolledig doen van BTW-aangiften. Het eerste middel klaagt over de verwerping van het verweer dat art. 2 lid 3 Wtt onverbindend moet worden verklaard wegens strijd met het vrije verkeer van diensten ex art. 56 VWEU. De plv. AG gaat o.a. in op het Unierechtelijk kader en de totstandkomingsgeschiedenis van de Wtt en komt tot de conclusie dat art. 2 lid 3 Wtt niet in strijd is met art. 56 VWEU en het middel derhalve faalt. De plv. AG ziet – anders dan verzocht in de schriftuur – evenmin reden de HR in overweging te geven een prejudiciële vraag voor te leggen aan het HvJEu. Het tweede middel richt zich tegen de verwerping van het verweer dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op het onjuist/onvolledig doen van BTW-aangiften. Dat middel faalt volgens de AG eveneens. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 23/00557.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
