ECLI:NL:PHR:2025:486
Parket bij de Hoge Raad · 22-04-2025 · zaaknummer 25/00920
Inhoudsindicatie
Conclusie PG. Verzoek tot regeling rechtsgebied vanwege positief competentiegeschil (art. 526 Sv) en beroep op onschuldpresumptie (art. 6 lid 2 EVRM). Hebben twee gerechten zich ‘dezelfde zaak’ aangetrokken? Twee vervolgingen wegens concrete Opiumwetdelicten en deelneming aan criminele organisatie met oogmerk het plegen van Opiumwetdelicten. Berichten verstuurd met SkyECC-accounts. De PG gaat in op de regeling met betrekking tot competentiegeschillen en het toetsingskader. Bij de beoordeling of sprake is van ‘dezelfde zaak’ moet worden aangesloten bij het begrip ‘hetzelfde feit’ a.b.i. art. 68 Sr. De PG meent dat er geen aanknopingspunten zijn dat de twee vervolgingen zien op ‘dezelfde zaak’. De vervolgingen zien op (deelneming aan) twee verschillende criminele samenwerkingsverbanden, zonder overlap tussen de deelnemers. Geen schending van de onschuldpresumptie door uitlatingen van de rechtbank over cryptobewijs dat in beide zaken een rol speelt. Conclusie strekt tot afwijzing van het verzoek.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
