ECLI:NL:PHR:2025:456
Parket bij de Hoge Raad · 22-04-2025 · zaaknummer 23/02167
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. Veroordeling voor 1. opzettelijk valse bankbiljetten in voorraad hebben (art. 209 Sr), 2. medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift (art. 225 Sr) en 3. faillissementsdelicten (art. 341 Sr). M1: klacht over bewijsvoering feit 1. M2 t/m M5: rechtsklachten en bewijsklachten over bewijsvoering feit 3. M6: klacht over de motivering van de oahv van een geldtelmachine. M7: klacht over schending redelijke termijn. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft een deel van de beslissingen inzake feit 3 alsmede de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
