ECLI:NL:PHR:2025:228
Parket bij de Hoge Raad · 18-02-2025 · zaaknummer 23/04110
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en verschillende diefstallen (art. 310/311 Sr). Middel 1 en 2: bewijsklachten over medeplegen doodslag en opzet op de dood i.v.m. vaststellingen die over de geweldinwerking op het hoofd van het slachtoffer zouden ontbreken. Deze middelen falen volgens de AG. Middel 3 gaat over de vordering van benadeelde partij (het overleden slachtoffer) tot vergoeding van immateriële schade. Slachtoffer heeft voorafgaand aan overlijden enkele weken in coma gelegen als gevolg van bewezenverklaarde feit. AG gaat in op (civiele) rechtskwesties in verband met mogelijkheid om in die situatie smartengeld te vorderen, met bijzondere aandacht voor het mededelingsvereiste zoals neergelegd in art. 6:95 lid 2 BW en art. 6:2 lid 2 BW. Kan slachtoffer (al dan niet via zaakwaarneming) aanspraak maken op smartengeld en is er, gelet op kennelijk terughoudende uitleg ten aanzien van regels omtrent overgang onder algemene titel van het recht op vergoeding van nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, reden tot en ruimte voor versoepeling? Naar het oordeel van de AG slaagt het derde middel gelet op de motivering van het hof ter zake. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging van de bestreden uitspraak. Samenhang met 23/04033
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
