ECLI:NL:PHR:2025:184
Parket bij de Hoge Raad · 11-02-2025 · zaaknummer 25/00203
Inhoudsindicatie
Vordering PG tot cassatie in het belang der wet. Art. 6:6:21 lid 7 Sv. Vanaf welke dag komt de reeds ondergane vrijheidsbeneming in aanmerking voor aftrek ingeval de rechter de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegde straf beveelt: vanaf de dag van de aanhouding of vanaf de dag waarop door de R-C de voorlopige tenuitvoerlegging is bevolen? De verplichting van art. 6:6:21 lid 7 Sv moet volgens de PG worden geïnterpreteerd in het licht van haar ontstaansgeschiedenis, de wetssystematiek en het karakter van de voorwaardelijke veroordeling. De PG komt tot de conclusie dat de vrijheidsbeneming met ingang van de dag van de aanhouding voor aftrek in aanmerking komt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
