ECLI:NL:PHR:2025:1233
Parket bij de Hoge Raad · 11-11-2025 · zaaknummer 24/03021
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Moord op ex-partner in Kerkrade. Middelen verdachte gaan over (1) ontbreken compenserende factoren voor gebruik voor bewijs van verklaring Keskin-getuige, (2) schending art. 3 EVRM wegens oplegging levenslange gevangenisstraf en (3) aantal dagen gijzeling bij opgelegde schadevergoedingsmaatregelen. M1: uit oordelen en vaststellingen hof volgt dat getuigenverklaring niet van wezenlijk belang is voor bewezenverklaring, de bewijsvoering voldoende steunbewijs bevat voor verklaring getuige en hof betrouwbaarheid van die verklaring zorgvuldig heeft onderzocht. Daarop gebaseerde oordeel hof dat strafprocedure in geheel aan art. 6 EVRM voldoet niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. M2: A-G gaat in op art. 3 EVRM in relatie tot mogelijkheden tot rehabilitatie die Staat levenslanggestrafte moet bieden en kijkt in dat verband ook naar huidige nationale systeem. AG komt tot conclusie dat in individuele zaak verdachte onvoldoende aanleiding bestaat om aan te nemen dat op moment oplegging levenslange gevangenisstraf al strijd zou bestaan met art. 3 EVRM. M3: slagend middel over te hoog aantal dagen waarop gijzeling is bepaald. Middel benadeelde partij klaagt tevergeefs over niet-ontvankelijkverklaring in vordering vergoeding affectieschade.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
