ECLI:NL:PHR:2024:997
Parket bij de Hoge Raad · 27-09-2024 · zaaknummer 23/03589
Inhoudsindicatie
Omzetbelasting; art. 2a(1)k Wet OB; art. 311(1)5 Btw-richtlijn; wederverkoper; is ook degene die eenmalig een margegoed levert, een wederverkoper? Belanghebbende heeft een motorjacht, dat aan haar is geleverd met toepassing van de margeregeling, willen verkopen met winst maar in 2014 moeten verkopen met verlies. In eerdere noch latere jaren heeft zij andere plezierjachten gekocht of verkocht. In geschil is of de margeregeling van toepassing is op de levering van het jacht door belanghebbende. Het geschil spitst zich toe op de vraag of ook degene die eenmalig een margegoed levert, is aan te merken als een wederverkoper. Evenals de Rechtbank en het Hof, beantwoordt A-G Ettema die vraag in bevestigende zin. De A-G stelt voorop dat het begrip ‘wederverkoper’, dat is omschreven in art. 2a(1)k Wet OB, moet worden uitgelegd in overeenstemming met de Unierechtelijke betekenis daarvan. Dit begrip is namelijk een Unierechtelijk begrip, dat is omschreven in art. 311(1)5 Btw-richtlijn, en moet daarom autonoom en uniform worden uitgelegd. De A-G leidt uit de tekst van deze richtlijnbepaling, de doelstelling van de margeregeling en het gebruik van het begrip ‘wederverkoper’ in art. 103(2)b Btw-richtlijn af dat dit begrip aldus moet worden uitgelegd dat de belastingplichtige die in het kader van zijn economische activiteit een margegoed koopt met het oog op wederverkoop, een belastingplichtige wederverkoper is, ongeacht of een wederverkoop eenmalig plaatsvindt. Aangezien het niet ertoe doet of een wederverkoop eenmalig plaatsvindt, doet het volgens de A-G ook niet ertoe of een wederverkoop (meer dan eenmalig maar) onregelmatig plaatsvindt. De A-G concludeert dat het middel faalt voor zover het berust op de opvatting dat de margeregeling niet van toepassing is op de eenmalige wederverkoop van een margegoed. Voor het overige betoogt het middel dat toepassing van de margeregeling vereist dat de wederverkoop van een margegoed deel uitmaakt van de normale bedrijfsuitoefening van de belastingplichtige. Dit vereiste volgt uit het arrest dat het Hof van Justitie heeft gewezen in de zaak Jyske Finans. De A-G leidt uit dit arrest af dat het vereiste wel geldt voor de wederverkoop van een margegoed dat de belastingplichtige zelf heeft gebruikt maar niet voor de wederverkoop van een margegoed dat de belastingplichtige niet zelf heeft gebruikt, zoals hier de wederverkoop van het jacht door belanghebbende. De A-G concludeert dat het middel ook voor het overige faalt. A-G Ettema geeft de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie ongegrond te verklaren.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
