ECLI:NL:PHR:2024:90
Parket bij de Hoge Raad · 23-01-2024 · zaaknummer 22/01523
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. Moord (art. 289 Sr). Doden van zakenpartner met o.a. bijl. In middel 1 wordt geklaagd dat sprake is van een innerlijk tegenstrijdige bewijsvoering. Middel 2 ziet op het niet (voldoende) responderen op uitdrukkelijk onderbouwde standpunten. Middel 3 houdt in dat het bloedspattenonderzoek niet (voldoende) is beschouwd in het licht van de verweren van de verdediging. Middel 4 komt op tegen de afwijzing van het verzoek tot het horen van NFI-deskundigen. In middel 5 wordt geklaagd dat niet (gemotiveerd) is beslist op een tweetal onderzoekswensen. Middel 6 is gericht tegen de bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte rade’. Middel 7 komt op tegen de toewijzing van een vordering benadeelde partij, voor zover het gederfd levensonderhoud van de weduwe betreft. Middel 8 heeft betrekking op overschrijding redelijke termijn in cassatie. Enkel het achtste middel slaagt en middel 1 t/m 5 kunnen worden afgedaan met art. 81 RO. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
