ECLI:NL:PHR:2024:806
Parket bij de Hoge Raad · 09-08-2024 · zaaknummer 23/04801
Inhoudsindicatie
(i) Volgt uit de IB-procedure HR BNB 2017/222 over groot koopmanschap van de grootaandeelhouder/ beleidsbepaler van de belanghebbende dat geen fiscale eenheid heeft bestaan tussen de belanghebbende en haar (kleind)dochters omdat het economische belang bij belanghebbendes vermogensbestanddelen niet bij haar maar bij die aandeelhouder lag? Heeft HR BNB 2017/222 ook gezag van gewijsde in dit geding tussen de belanghebbende en de Inspecteur Vpb? (ii) Renteaftrek? Art. 10a(3)(b) Wet Vpb; compenserende heffing? Bij wie? Tegenbewijs zakelijkheid? De belanghebbende stelt – jaren na dato - dat ondanks haar verzoek om en aangiften als fiscale eenheid van 2002 tot 2020 toch nooit een fiscale eenheid tot stand is gekomen en dat daarom de aan haar opgelegde aanslagen alleen haar eigen resultaten kunnen omvatten en niet die van haar (klein)dochters jegens wie de aanslagtermijn is verstreken. Zij baseert zich daarbij – uitsluitend - op (de op basis van bewijslastomkering gegeven oordelen van de feitenrechters in) in de inkomstenbelastingzaak HR BNB 2017/222 over de IB-positie van haar indirecte grootaandeelhouder/beleidsbepaler, waaruit zou volgen dat niet zij, maar steeds die grootaandeelhouder/beleidsbepaler de economische eigendom van haar deelnemingen zou hebben gehad, zodat nooit aan de 95%-bezitseis zou zijn voldaan. Volgens A-G Wattel leest de belanghebbende in die zaak echter oordelen die niet gegeven zijn en feitelijke vaststellingen die niet gedaan zijn. Die IB-zaak is afgedaan op (i) omkering van de bewijslast wegens onrechtmatige weigering van informatieverstrekking door die grootaandeelhouder en (ii) groot koopmanschap van die grootaandeelhouder en diens zakenpartner. Groot koopmanschap heeft kenmerken van een fiscale eenheid voor de inkomstenbelasting, maar is geen vereenzelviging van de belanghebbende of andere door de groot koopman beheerst vennootschappen met die groot koopman. Het is evenmin toerekening van economische eigendom van belanghebbendes of andere vermogensbestanddelen aan die groot koopman. En het is evenmin fiscale transparantie van de belanghebbende. Het houdt niet meer in dan toerekening aan de groot koopman van resultaten van bepaalde transacties verricht door de groot koopman mede met of door of via de door hem beheerste entiteiten. Het zegt niets over de vraag of voor de vennootschapsbelasting al dan niet een fiscale eenheid bestaat tussen door de groot koopman beheerste vennootschappen. Anders dan zij betoogt, kan de belanghebbende volgens de A-G aan de onrechtmatige informatieweigering door de groot koopman in de IB-zaak en de daaruit voortvloeiende omkering van de bewijslast in die zaak ook geen voor haar gunstiger bewijslastverdeling in deze Vpb-zaak ontlenen. Die IB-zaak heeft geen kracht van gewijsde of derdenwerking of vermoedensgenererende werking te haren gunste in deze Vpb-procedure tussen andere partijen. Het blijft op haar weg liggen om het volgens de feitenrechter uit het dossier oprijzende en uit haar eigen f.e.-verzoek en haar consequente eenheidsaangiften en volle eigenaarsgedrag volgende bewijs(vermoeden) te ontzenuwen door aanemelijk te maken dat in de geschiljaren niet aan de voorwaarden voor een fiscale eenheid was voldaan. Dat het Hof daartoe haar blote verwijzing naar en beroep op HR BNB 2017/222 onvoldoende achtte, is volgens de A-G geenszins onbegrijpelijk. Als wel een fiscale eenheid bestaat, is in geschil of door de belanghebbende aan een gelieerde vennootschap betaalde rente op een interne schuld tot financiering van een interne verhanging aftrekbaar is. ’s Hofs (bewijs)oordelen dat zich alleen een compenserende (inkomstenbelasting)heffing bij de zakenpartner van de groot koopman voordeed en niet bij de groot koopman zelf en dat de belanghebbende geen zakelijke motieven voor de interne verhanging aannemelijk heeft gemaakt, verraden volgens de A-G voor zover rechtskundig geen onjuiste rechtsoordelen en zijn, voor zover feitelijk, voldoende onderbouwd. Conclusie: ongegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
