ECLI:NL:PHR:2024:796
Parket bij de Hoge Raad · 26-07-2024 · zaaknummer 23/00708
Inhoudsindicatie
Omzetbelasting; art. 7(4) Wet OB; fiscale eenheid; financiële verwevenheid; art. 11 Btw-richtlijn; HvJ Norddeutsche Gesellschaft für Diakonie; nieuwe invulling financiële verwevenheid? In deze zaak is de financiële verwevenheid voor de vorming van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting in geschil. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is bij aandelenvennootschappen sprake van financiële verwevenheid indien de meerderheid van de aandelen – waaronder de daaraan verbonden zeggenschap – (on)middellijk in dezelfde handen is. Nu de aandeelhouder van belanghebbende in de onderhavige zaak slechts beschikt over 50% van de aandelen en de daaraan verbonden juridische zeggenschap, hebben de Rechtbank en het Hof overeenkomstig dit criterium van de Hoge Raad geoordeeld dat in casu niet is voldaan aan het vereiste van financiële verwevenheid. Op 1 december 2022 heeft het Hof van Justitie arrest gewezen in de zaak Norddeutsche Gesellschaft für Diakonie. Het Hof van Justitie oordeelt dat het begrip ‘nauwe financiële banden’ een unierechtelijk begrip is en dat het vereiste van een nauwe band niet aldus mag worden opgevat dat de vorming van een fiscale eenheid is beperkt tot entiteiten die zich in een verhouding van ondergeschiktheid bevinden. Hieruit volgt volgens het Hof van Justitie dat het vereiste van de meerderheid van het aandelenbelang niet mag worden gesteld naast het vereiste van een meerderheid van de stemrechten. A-G Ettema concludeert op basis van dit arrest van het Hof van Justitie dat het huidige criterium voor financiële verwevenheid zoals geformuleerd door de Hoge Raad, te streng is. De A-G komt tot de slotsom dat buiten redelijke twijfel de conclusie kan worden getrokken dat sprake is van de vereiste financiële band tussen een (rechts)persoon die 50% van de aandelen in een andere entiteit in handen heeft en die andere entiteit, indien die (rechts)persoon in staat is zijn wil op te leggen aan de andere entiteit. In de onderwerpelijke zaak heeft dit tot gevolg dat belanghebbende voldoet aan het vereiste van financiële verwevenheid met haar aandeelhouder. Omdat voorts niet in geschil is dat sprake is van organisatorische en economische verwevenheid, vormen zij samen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. A-G Ettema geeft de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie gegrond te verklaren en de zaak af te doen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
