ECLI:NL:PHR:2024:768
Parket bij de Hoge Raad · 19-07-2024 · zaaknummer 23/03444
Inhoudsindicatie
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:787 Art. 220(a) Gemeentewet. Onroerendezaakbelasting voor gebruikers. Begrip ‘gebruik’. Criterium ‘metterdaad bezigen ter bevrediging van de eigen behoeften’. Is sprake van ‘gebruik’ door belanghebbende van een onroerende zaak hoewel het op de peildatum niet mogelijk is de onroerende zaak op de beoogde wijze te gebruiken als gevolg van corona-maatregelen? Aan belanghebbende is een aanslag onroerendezaakbelasting voor gebruikers voor het jaar 2021 opgelegd ter zake van een onroerende zaak waarin belanghebbende een sportschool exploiteert. Het Hof heeft geoordeeld dat hoewel belanghebbende de onroerende zaak niet kon gebruiken voor de beoogde commerciële activiteiten door de corona-maatregelen, belanghebbende op de peildatum 1 januari 2021 gebruiker was in de zin van art. 220(a) Gemeentewet, omdat zij de onroerende zaak steeds bewust voor zichzelf ter beschikking heeft gehouden met de intentie haar weer te exploiteren als sportschool zodra dit mogelijk was. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat belanghebbende toegang tot de onroerende zaak had, dat de onroerende zaak in afwachting van de heropening steeds volledig als sportschool bleef ingericht, dat minimale schoonmaakwerkzaamheden zijn uitgevoerd, en dat het zwembad op temperatuur is gehouden. A-G Pauwels betoogt, gebruikmakend van een analyse in de bijlage bij zijn conclusie, dat het oordeel van het Hof juist is. De omstandigheid dat op en rond de peildatum gebruik op de beoogde wijze niet mogelijk is, staat – anders dan belanghebbende betoogt – als zodanig nog niet eraan in de weg dat, naar de omstandigheden op de peildatum beoordeeld, de onroerende zaak metterdaad wordt gebezigd voor de eigen behoefte die gelegen is in de beoogde wijze van gebruik. Gelet op de door het Hof vastgestelde en in cassatie niet dan wel tevergeefs bestreden omstandigheden dat (i) voorafgaande aan de beperking wegens de corona-maatregelen de onroerende zaak als sportschool werd gebruikt, (ii) de onroerende zaak gedurende de periode van sluiting volledig als sportschool bleef ingericht, en (iii) op de peildatum kan worden aangenomen dat belanghebbende de onroerende zaak weer als sportschool zal gebruiken zodra dit mogelijk wordt, wordt de onroerende zaak op 1 januari 2021 door belanghebbende gebruikt in de zin van art. 220(a) Gemeentewet. Het cassatieberoep van belanghebbende is volgens de A-G ongegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
