Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2024:720

Parket bij de Hoge Raad · 28-06-2024 · zaaknummer 23/01287

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 28-06-2024
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Valt de terbeschikkingstelling van een verplaatsbare houten kist (inboedelbox) onder de vrijstelling van de verhuur van onroerend goed? Criteria voor de beoordeling van verhuur-plus. Belanghebbende stelt verplaatsbare houten kisten ter beschikking aan huurders. De huurder plaatst zijn goederen in de kist en sluit deze af met een sleutel. De huurder bewaart de sleutel en belanghebbende plaatst de kist in haar opslagloods. Huurders hebben geen toegang tot deze loods. Daarnaast kunnen de huurders aanvullende diensten afnemen. Voor het Hof is in geschil of het ter beschikking stellen van de kisten onder de vrijstelling voor verhuur van onroerend goed kan worden geschaard. Het Hof heeft geoordeeld dat de vrijstelling toepassing mist omdat de overeenkomst niet ertoe strekt de afnemer een deel van een onroerend goed ter beschikking te stellen. Het Hof neemt voorts in aanmerking dat belanghebbende een aantal bijkomende diensten verleent die een toegevoegde waarde van betekenis hebben, zodat ook daarom niet kan worden geoordeeld dat de overeenkomst tussen belanghebbende en de afnemer strekt tot het passief ter beschikking stellen van een inboedelbox. De klachten voeren enerzijds aan dat wel sprake is van verhuur van onroerend goed en anderzijds bestrijden zij het oordeel dat de aanvullende diensten bijkomende diensten vormen die van toegevoegde waarde zijn zodat van het passief ter beschikking stellen van een kist geen sprake is. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie leidt A-G Ettema af dat een goed onroerend is als sprake is van een vast met de grond verbonden constructie die niet gemakkelijk demonteerbaar of verplaatsbaar is. De kisten die belanghebbende verhuurt zijn roerende goederen. Het oordeel van het Hof dat de overeenkomst tussen belanghebbende en de afnemer niet ertoe strekt de afnemer een deel van een onroerend goed ter beschikking stellen, is feitelijk van aard en niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het beroep van belanghebbende op een uitspraak van gerechtshof ’s-Hertogenbosch en het arrest van Hoge Raad waarbij die uitspraak in stand heeft gelaten leidt niet tot een andere uitkomst. De Hoge Raad heeft zich in dat arrest niet uitsproken over de vraag of een exclusief gebruiksrecht is verleend op een onroerend goed. Hoewel het beroep in cassatie gelet op het voorgaande ongegrond is, geeft de A-G de Hoge Raad in overweging zijn rechtspraak over ‘verhuur-plus’ te nuanceren. Na deze rechtspraak zijn diverse arresten van het Hof van Justitie verschenen waaruit de A-G afleidt dat de beoordeling van ‘verhuur-plus’ moet geschieden aan de hand van de criteria van de samengestelde prestatie. Beroep in cassatie ongegrond.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.