ECLI:NL:PHR:2024:585
Parket bij de Hoge Raad · 31-05-2024 · zaaknummer 23/02741
Inhoudsindicatie
Art. 28 Wet WOZ. Art. 26a AWR. Medebelanghebbendebeschikking. Non-toezendingsvereiste. Staat de omstandigheid dat een WOZ-beschikking is genomen ten aanzien van ‘de erven’, eraan in de weg dat een erfgenaam een ‘eigen’ medebelanghebbendebeschikking krijgt? Verschillende rechtsopvattingen gerechtshoven. Belanghebbende is samen met zijn zus medegerechtigde geworden tot enige onroerende zaken als gevolg van het overlijden van hun vader. Belanghebbende heeft op grond van art. 28 Wet WOZ de heffingsambtenaar verzocht een medebelanghebbendebeschikking te nemen voor elk van de onroerende zaken voor 2019 en 2020. Naar het oordeel van het Hof heeft de heffingsambtenaar dat verzoek terecht afgewezen omdat reeds reguliere WOZ-beschikkingen ten name van de erven zijn genomen. Belanghebbende heeft de mogelijkheid gehad om tezamen met zijn zus rechtsmiddelen aan te wenden tegen die WOZ-beschikkingen. A-G Pauwels constateert in zijn conclusie dat gerechtshoven verschillend oordelen over de kwestie of een erfgenaam aanspraak kan maken op een medebelanghebbendebeschikking in een geval als dit. Het verschil is gelegen in een andere opvatting over het antwoord op de vraag of een WOZ-beschikking op naam van de erven geldt als te zijn ‘toegezonden’ in de betekenis van art. 28(1) Wet WOZ aan de erfgenaam. De A-G meent dat het Hof uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting. Aangezien de reguliere WOZ-beschikkingen op naam zijn gesteld van de erven, kunnen ze – gelet op de tekst van art. 28 Wet WOZ – als uitgangspunt niet gelden als te zijn toegezonden aan belanghebbende. Dit wordt niet anders doordat hij samen met de zus in bezwaar en beroep kan tegen die beschikkingen. Sterker nog, de omstandigheid dat belanghebbende medewerking van zijn zus nodig heeft, pleit er juist voor dat belanghebbende aanspraak moet kunnen maken op een medebelanghebbendebeschikking. Het wordt – gelet op HR BNB 2015/202 – ook niet anders doordat art. 26a(2) AWR belanghebbende de mogelijkheid biedt om op eigen naam rechtsmiddelen aan te wenden tegen de reguliere WOZ-beschikkingen. Het zou wel anders zijn als belanghebbende van die mogelijkheid gebruik heeft gemaakt, maar in cassatie moet ervan worden uitgegaan dat dit niet zo is. Het cassatieberoep van belanghebbende is daarom volgens de A-G gegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
