ECLI:NL:PHR:2024:528
Parket bij de Hoge Raad · 14-05-2024 · zaaknummer 23/04869
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering VS. 1. Mocht de uitleveringsrechter de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de VS toestaan, gelet op art. 2 lid 3 onder a en art. 3 van het Uitleveringsverdrag NL-VS op grond waarvan de Nederlandse rechter in gelijksoortige omstandigheden bevoegd moet zijn over het feit waarvoor om uitlevering is verzocht rechtsmacht uit te oefenen? De AG meent van wel mede onder verwijzing naar HR 5 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY3440. Overigens gaat de AG in op de toepasselijkheid van de Nederlandse strafwet die onder meer volgt uit een aantal internationale verdragen, waaronder het Verdrag inzake de sluikhandel over zee ter uitvoering van art. 17 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en dit Verdrag van de Verenigde Naties. 2. Behelst de uitspraak van de rechtbank een genoegzame vermelding van het feit zoals voorgeschreven in art. 28 lid 3 van de Uitleveringswet? De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
