ECLI:NL:PHR:2024:279
Parket bij de Hoge Raad · 16-04-2024 · zaaknummer 23/01987
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Beklag, beslag. Het oordeel van de Rb dat de klaagster het gebruik van de auto voor het rijden zonder rijbewijs door X op 6 februari 2023 redelijkerwijs kon vermoeden, zodat verbeurdverklaring o.g.v. art. 33a.2 Sr mogelijk is, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Het kennelijke oordeel van de Rb dat, (ook) in het licht van hetgeen namens de klaagster is aangevoerd, zich geen f&o voordoen die een onderzoek vergen m.b.t. de vraag of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eis van proportionaliteit is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het aangevoerde weinig concreet is en niet met stukken is onderbouwd. Het is verder aan de zittingsrechter om zich te buigen over het argument dat de financiële schade die zou ontstaan door verbeurdverklaring van de auto in geen verhouding staat tot het verwijt dat de klaagster kan worden gemaakt. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep met de aan art. 81 RO ontleende motivering.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
