ECLI:NL:PHR:2024:1324
Parket bij de Hoge Raad · 10-12-2024 · zaaknummer 22/03343
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (art. 266 en art. 267 Sr). 1. Klacht over oordeel hof dat aangeefster BOA is. 2. Klacht dat uit de door aangeefster ingediende klacht niet blijkt dat zij daadwerkelijk vervolging van de verdachte wenst. 3. Voorwaardelijke klacht over bewijsminimum ex. art. 342.2 Sv. 4. Klacht dat het oordeel van hof dat aangeefster als conductrice optrad, feitelijke grondslag mist en dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat aan het klachtvereiste is voldaan. Naar het oordeel van de AG falen alle klachten. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Ambtshalve merkt de AG op, dat de Hoge Raad kan volstaan met constatering dat redelijke termijn is geschonden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
