ECLI:NL:PHR:2024:12
Parket bij de Hoge Raad · 23-01-2024 · zaaknummer 21/05342
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Opzettelijke belediging van de echtgenote van de koning (art. 112 Sr (oud)/art. 266 jo 267 Sr). Legaliteitsbeginsel, verbod terugwerkende kracht. Is de bewezenverklaring gebaseerd op een strafbepaling die ten tijde van de strafoplegging reeds was komen te vervallen? Per 1 januari 2020, ná het gepleegde feit, is art. 112 (oud) Sr vervallen. Het feit is echter ook daarna strafbaar gebleven ingevolge art. 266 jo 267 Sr. Wel is het wettelijk maximum van de op te leggen straf lager komen te liggen en dus moet op grond van art. 1.2 Sr de nieuwe, gunstigere bepaling worden toegepast. Het hof is hieraan voorbij gegaan en heeft bij de strafoplegging en -motivering het vroegere en dus een onjuist strafmaximum tot uitgangspunt genomen. Maar dit hoeft volgens de AG in de onderhavige zaak niet tot cassatie te leiden omdat de opgelegde straffen (gevangenisstraf voor de duur van één dag en een taakstraf van veertig uur) daar geen reden voor geven. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
