ECLI:NL:PHR:2024:1058
Parket bij de Hoge Raad · 15-10-2024 · zaaknummer 22/00492
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Eendaadse samenloop van medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met het in art. 2, onder B, Opiumwet gegeven verbod (art. 10 Opiumwet) en om gelegenheid verschaffen tot het voorbereiden of bevorderen van een in het vierde of vijfde lid van art. 10 Opiumwet bedoeld feit (art. 10a Opiumwet). Bewijsklacht i.v.m. oordeel hof dat de verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat in de door de verdachte verhuurde schuur “een overtreding van de Opiumwet” zou plaatsvinden. AG meent dat deze omschrijving van het hof in de onderhavige zaak niet te ruim is en dat het hof niet had hoeven te specificeren dat het ging om overtredingen van de Opiumwet i.v.m. harddrugs. Ook klacht dat hof ten onrechte gebruik heeft gemaakt van schakelbewijs faalt volgens AG. Middel over schending redelijke termijn slaagt. Conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging van het bestreden arrest en verder tot verwerping van het beroep.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
