ECLI:NL:PHR:2023:816
Parket bij de Hoge Raad · 19-09-2023 · zaaknummer 21/04654
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 Sr). Middel dat het gebruik voor het bewijs van de verklaring van een getuige in strijd is met art. 6 EVRM, omdat de verdachte geen ondervragingsmogelijkheid heeft gehad, faalt. De verdediging heeft het hof ter terechtzitting niet verzocht de getuige te horen. Dat het verzoek de getuige te horen is gedaan voorafgaande aan de zitting van het hof in het kader van art. 411a Sv doet hier niet aan af. Een beslissing van de raadsheer-commissaris ex art. 411a Sv (getuige bleek onvindbaar) kan niet gelijk worden gesteld met een afwijzende beslissing van het hof en is in cassatie niet toetsbaar. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
