Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2023:571

Parket bij de Hoge Raad · 09-06-2023 · zaaknummer 22/03769

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 06-06-2023
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Titel 8.4 Awb; verzoek schadevergoeding wegens te hoog vastgestelde WOZ-waarden; leerstuk formele rechtskracht. Leidt erkenning onrechtmatigheid van WOZ-beschikking ná onherroepelijk worden ervan tot uitzondering op beginsel van de formele rechtskracht? Betekenis arrest Maple Tree Holding/Staat? Belanghebbende verzoekt om vergoeding van schade bestaande uit het bedrag aan diverse belastingen die te veel zijn betaald als gevolg van te hoog vastgestelde WOZ-waarden voor de jaren 1995-2016. De Rechtbank wijst het verzoek alleen toe voor zover dat betrekking heeft op de WOZ-beschikkingen 2014-2016. Het Hof oordeelt daarentegen dat ook met betrekking tot die jaren geen grond is voor schadevergoeding. Omdat de WOZ-beschikkingen 2014-2016 onherroepelijk vaststaan, moet op basis van het leerstuk van de formele rechtskracht in beginsel worden aangenomen dat deze beschikkingen rechtmatig zijn. Weliswaar heeft de heffingsambtenaar erkend dat die WOZ-beschikkingen onrechtmatig zijn, maar omdat dit is gebeurd nádat die WOZ-beschikkingen onherroepelijk zijn geworden, leidt deze erkenning volgens het Hof niet tot een uitzondering op het beginsel van de formele rechtskracht. Belanghebbende is het met dit laatste niet eens. A-G Pauwels constateert dat in de jurisprudentie is aanvaard dat op het beginsel van de formele rechtskracht een uitzondering wordt gemaakt in het geval dat het bestuursorgaan erkent dat de beschikking onrechtmatig is. Over de kwestie of vereist is dat de erkenning is geschied vóór het onherroepelijk worden van de beschikking (anterieure erkenning), bestaat verdeeldheid. De A-G meent – met het Hof – dat het antwoord al gegeven is in het arrest Maple Tree Holding/Staat, namelijk dat een erkenning ná het onherroepelijk worden van de beschikking (posterieure erkenning) niet onder de erkenningsuitzondering valt. Omdat ook over de betekenis van dat arrest de opvattingen verdeeld zijn, volstaat de A-G niet met alleen een verwijzing daarnaar. De A-G zet uiteen waarom de opvatting dat geen uitzondering op de formele rechtskracht wordt gemaakt voor een posterieure erkenning, het best past in het leerstuk van de formele rechtskracht zoals de Hoge Raad dat heeft ontwikkeld. Een andere opvatting zou voor een geval als dit bovendien wringen uit oogpunt van rechtssystematiek en rechtseenheid. A-G Pauwels geeft de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie ongegrond te verklaren.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.