Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2023:1004

Parket bij de Hoge Raad · 10-11-2023 · zaaknummer 22/00849

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 09-11-2023
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 3:42, 8:42, 8:74 en 8:78 Awb. Ten onrechte niet gehele gemeentelijke begroting overgelegd? Wettelijk vastgelegd openbaarmakingsregime voor de begroting? Vaststelling begroting besluit van algemene strekking? Belang bij cassatie bij schending van art. 8:42? Gevolgen van openbaarmaking van uitspraak pas nadat de uitspraken zijn bekendgemaakt? De zaak gaat over leges die zijn geheven in verband met de aanvraag door belanghebbende van een paspoort. In het kader van het geschil of de zogenoemde opbrengstlimiet is overschreden, heeft belanghebbende gesteld dat de heffingsambtenaar heeft nagelaten de gehele begroting van de gemeente Groningen over te leggen. Het Hof heeft geoordeeld dat die stelling feitelijke grondslag mist. Het Hof heeft verder de hogerberoepsgrond verworpen dat de Rechtbank in strijd met art. 8:78 Awb haar uitspraak pas openbaar heeft gemaakt nadat het een afschrift daarvan aan partijen is verzonden. Ook heeft het Hof geoordeeld dat de Rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat er geen aanleiding is om de heffingsambtenaar op te dragen het griffierecht te vergoeden in het niet-ontvankelijk verklaarde beroep tegen het uitblijven van een tweede dwangsombesluit. A-G Pauwels grijpt het cassatiemiddel II over de begroting aan om de kwestie in een breder verband te behandelen in de bijlage bij zijn conclusie ECLI:NL:PHR:2023:1064 . Voor deze zaak is met name van belang of voor een gemeentelijke begroting een wettelijk vastgelegd openbaarmakingsregime geldt. Zo’n openbaarmakingsregime zou gelden indien de vaststelling van een dergelijke begroting een besluit van algemene strekking is, maar die vaststelling is niet zo’n besluit. Een verplichting tot openbaarmaking van een gemeentelijke begroting volgt evenmin uit de Gemeentewet of de Bekendmakingswet. De A-G meent dat het oordeel van het Hof over het ontbreken van een feitelijke grondslag, hetzij getuigt van een onjuiste rechtsopvatting hetzij onbegrijpelijk is, aangezien slechts is vastgesteld dat de heffingsambtenaar de gemeentebegroting digitaal heeft doen toekomen aan belanghebbende (en niet ook aan de rechter). Cassatie kan volgens de A-G echter achterwege blijven omdat belanghebbende niet duidelijk maakt wat het belang is bij cassatie. De A-G meent verder dat middel I terecht erover klaagt dat het Hof niet op begrijpelijke wijze is ingegaan op de klacht over het te laat openbaar maken van de uitspraak van de Rechtbank. Het middel kan echter niet tot cassatie leiden, omdat belanghebbende niet is benadeeld door die latere openbaarmaking. Ook middel III betreffende het griffierecht kan volgens de A-G niet tot cassatie leiden. Het stond de Rechtbank vrij om geen gebruik te maken van haar bevoegdheid om de heffingsambtenaar op te dragen het griffierecht te vergoeden. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie ongegrond te verklaren.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.