ECLI:NL:PHR:2022:765
Parket bij de Hoge Raad · 06-09-2022 · zaaknummer 20/04077
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Voortgezette handeling medeplegen valsheid in geschrift en opzettelijk gebruikmaken van een vervalst geschrift. Het eerste middel betreft het oordeel van het hof over de relatieve bevoegdheid van de voormalige rechtbank Utrecht (in 2013 'opgegaan' in de rechtbank Midden-Nederland) mede in relatie tot de Wet herziening gerechtelijke kaart. Volgens de AG heeft het middel weliswaar een punt, maar kan de klacht niet tot cassatie leiden. De overige drie middelen gaan over (i) de afwijzing van het verzoek tot het horen van niet eerder gehoorde getuigen die niet belastend hebben verklaard, gedaan na het opnieuw aanvangen van het onderzoek ter terechtzitting, (ii) de afwijzing van het verzoek tot voeging van stukken uit een intern ING-onderzoek en (iii) de verwerping van een alternatief scenario resp. van het verweer betreffende de bewezenverklaarde pleegperiode. Deze drie middelen falen volgens de AG. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
