Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2022:690

Parket bij de Hoge Raad · 11-07-2022 · zaaknummer 21/03856

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 11-07-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

A-G IJzerman heeft een vordering tot cassatie in het belang der wet ingesteld tegen het vonnis van de Kantonrechter, waarin deze is gekomen tot het oordeel dat de dwangsomregeling bij het niet tijdig geven van een beschikking op aanvraag, niet van toepassing is ten aanzien van verzoeken om ambtshalve vermindering van belastingaanslagen. Aan belanghebbende is een aanslag gemeentelijke heffingen voor het jaar 2019 opgelegd, ziende op een pand van belanghebbende. Zij heeft geen bezwaar gemaakt tegen de aanslag. Wel heeft zij naderhand op 15 oktober 2019 verzocht om ambtshalve vermindering van de inmiddels vaststaande aanslag, als gericht aan de Heffingsambtenaar van de opleggende publiekrechtelijke rechtspersoon BsGW. Op 16 december 2019 heeft belanghebbende de Heffingsambtenaar schriftelijk in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag, met het oog op het gaan verbeuren van dwangsommen door BsGW. Bij beslissingen van 2 februari 2020 en 12 maart 2020 heeft de Heffingsambtenaar de aanslag in de gemeentelijke heffingen voor het pand van belanghebbende verminderd. Bij nadere beslissing van 22 april 2020 heeft de Heffingsambtenaar belanghebbende bericht dat niet de door belanghebbende verlangde dwangsommen wegens het niet tijdig geven van een beschikking tot vermindering zijn verbeurd, omdat sprake is geweest van een ambtshalve beslissing tot vermindering van de aanslag en dat dit betekent dat de dwangsomregeling van paragraaf 4.1.3.2 van de Awb niet van toepassing is. Belanghebbende heeft daarop bij de Kantonrechter een civiele vordering ingesteld tegen BsGW, met vordering tot betaling van de in vervolg op haar brief van 16 december 2019 verschuldigd geworden dwangsommen ad € 1.442,00, met rente en kosten. De Kantonrechter heeft overwogen dat de beslissing op het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag een ambtshalve beslissing is van de Heffingsambtenaar, ondanks dat er een aanvraag van belanghebbende aan ten grondslag lag. Uit de Circulaire Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen volgt volgens de Kantonrechter dat de dwangsomregeling niet van toepassing is op ambtshalve genomen beslissingen, ook niet als daaraan een aanvraag ten grondslag ligt. Tegen het vonnis van de Kantonrechter stond geen hoger beroep open, omdat de vordering waarover was beslist niet meer beloopt dan € 1.750. Tegen het vonnis stond inhoudelijk overigens slechts beperkt beroep in cassatie open, waarbij nu geldt dat de termijn voor het instellen van beroep in cassatie ongebruikt verstreken is, zodat het vonnis in kracht van gewijsde gegaan is. Dat betekent dat de rechtsvraag gelegen in het vonnis van de Kantonrechter de Hoge Raad niet kan bereiken door instelling van enig gewoon rechtsmiddel tegen dat vonnis. De A-G acht het omwille van de bevordering van de rechtsontwikkeling van belang dat de Hoge Raad zich zal uitlaten over voornoemde rechtsvraag. Om de Hoge Raad in de gelegenheid te brengen tot beantwoording, komt het de A-G geraden voor om het vonnis van de Kantonrechter voor te dragen voor cassatie in het belang der wet. De A-G is op grond van de wettekst, de wetsgeschiedenis en de bedoeling van de dwangsomregeling van mening dat die ook van toepassing is te achten bij een verzoek om ambtshalve vermindering van belastingaanslagen. Er is volgens de A-G sprake van het geven van een ‘beschikking op aanvraag’ als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 van de Awb. Van een beschikking op aanvraag is sprake als een belanghebbende een bestuursorgaan verzoekt een besluit te nemen aangaande de belanghebbende dat niet van algemene strekking is. Dat doet zich in casu voor, zodat de dwangsomregeling hier van toepassing is. Het komt de A-G overigens voor dat die opvatting recht doet aan de doelstelling van de dwangsomregeling, namelijk het bieden van een effectief instrument tegen te trage besluitvorming. Dat kan zich ook voordoen bij het beslissen op verzoeken om ambtshalve vermindering van belastingaanslagen, zodat ook hier behoefte kan bestaan aan toepassing van de dwangsomregeling. Anders dan de Kantonrechter ziet de A-G geen obstakel in de voornoemde Circulaire waarin is gesteld dat de dwangsomregeling niet van toepassing is op ambtshalve of van rechtswege verleende beschikkingen, aangezien het gaat om een na de totstandkoming van de wettelijke regeling gegeven ambtelijke instructie, zonder bijzondere betekenis voor de wetsgeschiedenis of wetsuitleg. De vordering strekt ertoe dat de Hoge Raad het vonnis van de Kantonrechter zal vernietigen ‘in het belang der wet’ en zal verstaan dat de vernietiging geen nadeel zal toebrengen aan de door partijen verkregen rechten.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.