ECLI:NL:PHR:2022:571
Parket bij de Hoge Raad · 21-06-2022 · zaaknummer 21/00943
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. De klacht dat het hof niet heeft aangegeven in welke vorm of mate de straf is verlaagd vanwege schending van de redelijke termijn treft geen doel, nu in hoger beroep geen verweer met die strekking is gevoerd. De klacht dat het recht op berechting binnen een redelijke termijn in de cassatiefase is geschonden, doordat het hof de stukken te laat aan de Hoge Raad heeft toegezonden, is terecht. Volgens de AG kan de Hoge Raad in dat verband volstaan met de constatering van de schending van dit recht gelet op onder meer de opgelegde jeugddetentie van zes dagen en de taakstraf van tachtig uren.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
