ECLI:NL:PHR:2022:414
Parket bij de Hoge Raad · 10-05-2022 · zaaknummer 21/00850
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Redelijke termijn, dies a quo. Verdachte heeft tijdens het eerste politieverhoor een bekennende verklaring afgelegd. Moet dit politieverhoor worden aangemerkt als het aanvangspunt van de redelijke termijn? ’s Hofs oordeel dat de redelijke termijn is aangevangen op de dag van de betekening van de dagvaarding is volgens de AG onvoldoende begrijpelijk. HR kan naar de AG meent doelmatigheidshalve vaststellen dat de redelijke termijn is overschreden en – gelet op de duur van de overschrijding – met dit oordeel volstaan. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
